Verslag

Presentatie duurzaamheidsonderzoek

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

Op donderdagmiddag 28 januari trotseerden duurzaamheidsgeïnteresseerden de winterse kou om bij Hannekes Boom, gelegen aan het IJ tegenover Nemo, geïnspireerd te worden door duurzaamheidsprojecten van buiten Amsterdam. Aanleiding voor de bijeenkomst was de presentatie van het onderzoek dat het Kennisnetwerk Amsterdam door onderzoekscollectief De Doetank heeft laten uitvoeren naar duurzaamheidsprojecten van buiten Amsterdam en het uitkomen van de publicatie van het onderzoek onder de noemer ‘Leren van de stad’. Centraal in het onderzoek stonden projecten die door burgers zelf zijn opgezet, vaak in samenwerking met andere instanties en overheden.

Patrick van Beveren, voorzitter van het Kennisnetwerk Amsterdam, start de bijeenkomst met een korte introductie van het onderzoek: de vier onderzochte projecten zijn geselecteerd op basis van enerzijds geografische spreiding (Texel, Friesland, Noord-Brabant en Rotterdam) en anderzijds op thematische spreiding. Zo houden twee projecten zich bezig met duurzame energie, één met duurzaam bouwen en de laatste met stadslandsbouw. Het Kennisnetwerk heeft dit onderzoek laten uitvoeren omdat enerzijds ‘do it yourself’ projecten een belangrijke maatschappelijke tendens zijn en anderzijds duurzaamheid een zeer relevant thema voor alle aandeelhouders van het Kennisnetwerk is. Met het onderzoek zijn beide thema’s gecombineerd. Vervolgens is het woord aan Niels de Groot van De Doetank, voor een toelichting op het onderzoek en de publicatie.

“Met de verhalen in dit onderzoek over samenwerken aan duurzame projecten wil De Doetank niet alleen de aandeelhouders van Kennisnetwerk Amsterdam inspireren, maar ook bijdragen aan nieuwe praktijken om duurzame projecten te ontwikkelen en op te starten.

De passie en het enthousiasme waarmee men te werk gaat bij de verschillende projecten in dit onderzoek is enorm inspirerend. Initiatiefnemers brengen middelen, belangen, mensen en partners bijeen om te werken aan een duurzame toekomst. Zo werd in Ecodorp Brabant in Boxtel door een groep van meer dan honderd vrijwilligers, ongeschoold in het bouwen van huizen, een duurzaam huis neergezet. Uit interviews met TexelEnergie en Stichting Wiek in Friesland blijkt dat duurzame energie niet alleen milieuvriendelijk, maar ook economisch heel interessant is: in beide projecten wordt met groene energie goed geld verdiend. Daarnaast hoeft duurzaam ondernemen niet kleinschalig of amateuristisch te zijn: bij Uit Je Eigen Stad in Rotterdam laten de initiatiefnemers zien hoe stadslandbouw veel meer kan zijn dan het kleinschalig verbouwen van groente.

De meest voorkomende aanbeveling die we hoorden bij deze succesvolle projecten is de volgende: als men duurzame projecten wil stimuleren, moeten ondernemende burgers met duurzame initiatieven hiervoor meer de ruimte krijgen. Daarmee doelen de initiatiefnemers enerzijds letterlijk op een ruimte om aan de slag te gaan, en anderzijds op ruimte in het denken van de mensen die beslissen over duurzame initiatieven. Deze aanbeveling lijkt in eerste instantie aan te geven dat de algemene gerichtheid van instanties op de belangen van burgers en ondernemers nog niet volledig is gerealiseerd. Overheden en instanties zoals maatschappelijke woningcorporaties en welzijnsinstellingen spannen zich al jaren in om de burger centraal te stellen. Ze willen aansluiten bij- en responsief zijn voor de behoeften van burgers en sturen initiatievenmakelaars, wijkmariniers en participatiemedewerkers de buurt in.

Toen we ons in de hier beschreven projecten verdiepten bleek echter dat er bij de succesverhalen een stapje verder werd gegaan dan ‘ruimte krijgen’ of ‘gehoord worden’. Voor de totstandkoming van deze projecten was het ook nodig dat overheden en andere instanties met beslissingsbevoegdheid zelf iets toevoegden aan de nieuwe ideeën van ondernemende burgers. Op voorhand werden ambitieuze doelen expliciet en openlijk uitgesproken en er werd gezamenlijk een (financiële) voedingsbodem gecreëerd. En, misschien wel het belangrijkste, een brede coalitie van betrokkenen durfde het vervolgens aan om te experimenteren, bijvoorbeeld met nieuwe verdienmodellen en bestemmingsplannen. De Doetank hoopt dat de verhalen in deze publicatie een inspiratiebron vormen om ook in Amsterdam die extra stap te zetten. “

Hierna is het de beurt aan Patrick van Beveren om het eerste exemplaar van de publicatie ‘Leren van de stad’ uit te reiken aan Frodo Bosman, directeur van het Klimaatbureau van de gemeente Amsterdam. In zijn dankwoord benadrukt Bosman dat er ook in Amsterdam veel burgerinitiatieven op het gebied van duurzaamheid plaatsvinden en dat de gemeente probeert daar stimulerend in op te treden. Volgens Bosman is er wel een verschil in functies: een ambtenaar die subsidies verstrekt is per definitie niet flexibel, want daar is hij niet voor aangenomen. Anderen kunnen dat natuurlijk wel zijn en die kunnen dan ook goed meedenken en helpen om initiatieven door de gemeentelijke molen te loodsen.

Na het officiële moment is het tijd voor een eerste reactie van Natasja van den Berg. Zij is auteur van Praktisch Idealisme en betrokken bij onder andere de Urgenda. Van den Berg begint met de opmerking dat men in Kûbaard dus een verdienmodel heeft ontwikkeld voor welzijnsprojecten, en dat dat redelijk uniek is in Nederland. Sowieso is een goede motivatietest voor maatschappelijke initiatieven belangrijk. Bijvoorbeeld: krijg je als initiatiefnemer inkomsten uit de subsidies? Van den Berg verhaalt verder over het Ecodorp in Boxtel: dat is het meest ideologische project en dat zie je er ook aan af. Het project is met allemaal lokale deelnemers begonnen, maar door een starre ideologie werden veel lokale mensen vervreemd van het project waardoor er veel mensen van buiten, en soms zelfs uit het buitenland, bij betrokken werden. Desalniettemin laten alle initiatieven zien dat het om teams gaat. Nergens gaat het om individuen, maar altijd om groepen die elkaar inspireren en verschillende eigenschappen combineren. Zou een ‘groepjes-subsidie’ in plaats van subsidies aan specifieke projecten dan ook geen goed idee zijn? Subsidies voor leuke mensen die samen een inspirerend, duurzaam project neer willen zetten? Tegelijkertijd is dat ook een gevaar, want wat als die mensen weg gaan? Van den Berg besluit met de gedachte dat alle projecten uit de publicatie er niet zouden zijn geweest zonder subsidies. Maar ook niet zonder bevlogen burgers.

Gesterkt door dit verhaal gaat het publiek in drie groepen zelf concreet aan de slag met de uitkomsten uit het onderzoek:

Eén groep boog zich bijvoorbeeld over het maken van een profielschets voor een ‘duurzaamheidsmakelaar’, een gemeentelijke ambtenaar die – net zoals de kantorenloods – verbindend optreedt tussen burgers, het middenveld en de overheid. Maar: moet zo’n kennismakelaar duurzaamheid iemand zijn in dienst van de overheid, zoals bijvoorbeeld Annemiek de Wolf, ideeënmakelaar bij de gemeente Zwolle. Of juist niet, vanwege het afbreukrisico bij overheidsbezuinigingen en dat zo iemand snel weer kan verdwijnen, waardoor er geen continuïteit is gewaarborgd. Dus kan er niet beter worden gekozen voor een ZZPer als sociaal ondernemer, die zijn eigen broek weet op te houden los van subsidie, maar bijv. via crowdfunding werkt en/of in samenwerking met bedrijven/marktpartijen die het belangrijk vinden om maatschappelijk verantwoord/duurzaam bezig te zijn. Tussenvorm kan zijn een ZZPer die in opdracht van de overheid deze taak uitvoert.

Eén van de andere groepen heeft nagedacht over nieuwe financieringsmogelijkheden en de relatie met het bedrijfsleven. Hun belangrijkste conclusie was dat het bedrijfsleven niet per definitie afkerig hoeft te staan tegenover samenwerkingen met duurzaamheidsinitiatieven van onderaf. Wel is het zaak om in de huid van de ander te kruipen: wat wil en kan de ander aan de samenwerking hebben? En dit kan best een andersoortige waarde zijn dan te doen gebruikelijk. Of, in het Engels, “Seek first to understand, then to be understood”.

Na een korte plenaire terugkoppeling sloot voorzitter Patrick van Beveren de inspirerende bijeenkomst en nodigde iedereen uit voor een welverdiende borrel.

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+