Verslag

Jongeren van nu

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

De eerste bijeenkomst van het jaar ging over jongeren van nu. Wie zijn zij, hoe komen zij aan werk en ‘what makes them tick’? Met een bijdrage van Motivaction-onderzoeker Frits Spangenberg en met showcases uit de dagelijkse praktijk.

Kennisnetwerk-voorzitter begint Patrick van Beveren met het toelichten van het jaarprogramma 2014. Rondom het thema ‘Amsterdam: (on)gedeelde stad’ organiseert het Kennisnetwerk activiteiten rondom armoede, de fysieke grenzen van de stad, jongeren en de risico’s van de participatiesamenleving. Maar dit jaar is ook een verkiezingsjaar. Daarom organiseren we op 6 maart een verkiezingsdebat, in samenwerking met de HvA, en gaan we na de verkiezingen tijdens de april-bijeenkomst de uitkomsten duiden. Tot slot organiseren we aan de vooravond van de Europese verkiezingen ook een bijeenkomst over Amsterdam en Europa.

Na deze toelichting op het jaarprogramma, start dagvoorzitter Sandra Rottenberg met een peiling onder het publiek. Hieruit blijkt dat een groot deel dagelijks met jongeren werkt en een flink deel ook onderzoek doet. Daarnaast is een deel ook van buiten Amsterdam naar De Badcuyp gekomen voor de bijeenkomst. Rottenberg legt uit dat we starten met een college van Motivaction-oprichter Frits Spangenberg, gevolgd door enkele showcases uit de praktijk over jongeren en de arbeidsmarkt.

Frits Spangenberg begint zijn betoog met een kleine anekdote. Tijdens een carrière-event van de HvA in Tuschinski bleken alle studenten piekfijn gekleed, heel keurig en netjes. Toen een aantal van deze jongeren de volgende ochtend op Spangenberg’s kantoor waren voor een rondleiding, was iedereen op tijd en wederom goed gekleed. Echter, men had zich geenszins verdiept in het bedrijf van Spangenberg of wat men eigenlijk kwam doen. Houd deze anekdote in gedachten.

Motivaction doet elke dag onderzoek, onder meer naar jongeren, onder meer aan de hand van face-to-face interviews, groepsinterviews en online enquêtes. De afgelopen 15 jaar is er zo heel veel data verzameld. Op basis van deze data heeft Motivaction het Mentality-model gebaseerd.

Eerst kijken we naar enkele grote, maatschappelijke tendensen die de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden:

A. Tegenwoordig werken beide ouders. Dit heeft tot gevolg dat er niet altijd een ouder is om voor het kind te zorgen. Dit leidt tot schuldgevoelen die gecompenseerd moeten worden. Gevolg → kinderen mogen meer dan vroeger.
B. Vroeger groeiden kinderen op met ‘ouders’ wil is wet’, en met waarden als bescheidenheid en jezelf wegcijferen. Nu wordt door ouders gestimuleerd om te laten zien wie je bent en wat je wilt. Assertief zijn!
C. Vroeger waren gezinnen veel groter. Oudere broers en zussen hebben een dempende werking op jongere kinderen. Wanneer er veel kinderen in een gezin zijn, dan is een individueel kind simpelweg niet zo speciaal. Nu we veelal één a tweekind gezinnen hebben, worden latente narcistische trekjes die we allemaal hebben, gestimuleerd.
Deze tendensen hebben de samenleving anders gekleurd.

Een belangrijke as in het Mentality-onderzoek is de idealisten / materialisten. Idealisten hechten veel belang aan zorgen voor anderen en de samenleving, materialisten vinden uiterlijk vertoon belangrijk. Opvallend is dat tot 24 jaar de plaatsing van jongeren op deze as kan worden beïnvloed.

Jongeren die van huis uit weinig meekrijgen op voorbeeld gebied, gaan op zoek naar rolmodellen. Vaak zijn dat rolmodellen uit de muziek (rappers) en sport. Juist deze rolmodellen zijn erg materialistisch, gericht op uiterlijk vertoon, eisen ‘respect’ en gaan lang niet altijd uit van de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. Deze rolmodellen zouden gecompenseerd moeten worden.

Uit meer dan 100.000 tests heeft Motivaction het Mentality-model samengesteld. Dit model gaat uit van acht levensstijlen. Voor de helderheid brengen we deze terug naar vier:

1. Gezags- en plichtsgetrouwen. Onze grootouders bijvoorbeeld. Orde en gezag zijn belangrijk, arbeid adelt en de morgenstond heeft goud in de mond.
2. Verantwoordelijke burgers. Zij willen maatschappelijk iets zinnigs doen, bijdragen aan het leven van anderen. Velen van het aanwezige publiek behoren tot deze categorie.
3. Zelfredzamen. ‘Ik’ is heel belangrijk, niet solidair met de samenleving, men regelt het zelf wel. ‘Leuk’ is een sleutelwoord in hun leven.
4. Buitengeslotenen / structuurzoekers. Deze categorie mist aansluiting bij een grotere groep, heeft behoefte aan een strikte structuur.

15 Jaar geleden waren alle categorieën ongeveer even groot. Tegenwoordig vallen jongeren (15 – 24 jaar) voor 4% in de eerste categorie, 14% in de tweede en voor 80% in de laatste twee. Tussen die laatste twee is veel beweging, vooral van structuurzoekers (30%) naar zelfredzamen (50%). Dit komt onder meer door interventies, begeleiding en rolmodellen.

Onder de structuurzoekers bevingen zich veel VMBOers en veel jongeren met een niet-Westerse culturele achtergrond. Deze categorie mogen we niet op z’n beloop laten! Inmiddels weten we dat dit de afgelopen 20 jaar niet heeft gewerkt, integendeel zelfs. De afgelopen jaren merken we weer dat opvoeden óók betekent dat dingen niet mogen. En dat ook niet alles aangereikt hoeft te worden. Als je nooit hoeft te vechten om iets te bereiken, dan word je zwakker.

Jongeren hebben onderling feilloos door wie een winner en wie een loser is. Je wilt eigenlijk deze zij elkaar helpen, maar zo werkt het niet op de straat. En de straat is belangrijk, want deze jongeren krijgen van huis uit weinig mee en op school zijn de klassen te groot en is er te weinig intensief en te weinig intiem-mentaal contact. Deze jongeren hebben veel complimenten nodig! En op straat leren ze dingen die juist niet helpen, zoals bijvoorbeeld dat je je niet kwetsbaar op mag stellen. Dit zorgt er bijvoorbeeld voor dat deze jongeren geen vragen in de klas durven te stellen, want dan ben je kwetsbaar.

Spangenberg eindig met een oproep om deze jongeren niet alles te geven en daarmee aan hun lot over te laten, maar streng doch rechtvaardig tegemoet te treden en deze jongeren structuur én juiste rolmodellen te bieden.

Uit de zaal komt de vraag of er grote verschillen zijn tussen stad en platteland. Volgens Spangenberg was dat vroeger zeker zo, maar inmiddels niet meer.

De middag vervolgt met een klein panel: Tobias Ebbers van het Jongeren Service Punt (JSP) in Nieuw-West, Mayhar Zarrinphaker van IZI Solutions en Maribi Gomez en Wouter Schild van de Vrijwilligers Centrale Amsterdam. Eerste vraag van Rottenberg is of de panelleden een tweedeling tussen jongeren binnen en buiten de Ring zien. Tobias vertelt dat zijn jongeren zich identificeren met Amsterdam én met Nieuw-West, dat is thuis. Het Centrum is iets voor rijke mensen en voor toeristen. Mayhar zegt dat jongeren de sociaal-economische verschillen zien en zich dat aantrekken. De kloof wordt groter, onder meer door werkloosheid. Ook Maribi en Wouter beamen dat je er een tweedeling is, bijvoorbeeld doordat jongeren met een andere achtergrond minder kansen hebben.

Mayhar laat aan de hand van een afbeelding zien dat jongeren en werkgevers op totaal verschillende manieren zoeken naar werk respectievelijk werknemers. IZI Solutions coacht en begeleidt jongeren richting werk. Mayhar vindt dat jongeren al genoeg zijn gepamperd en begeleidt daarom met straffe hand. Jongeren hebben inderdaad veel structuur nodig.

JSP in Nieuw-West helpt jongeren onder andere aan een werkstage. Jongeren komen op eigen initiatief naar hen toe, daarnaast hebben zij een signaleren functie voor het stadsdeel. Zij helpen jongeren die het niet op eigen kracht kunnen, die ook geen thuisgevoel meer kennen.

De Vrijwilligers Centrale Amsterdam, tot slot, richt zich op het aanbieden van maatschappelijke stages aan jongeren. Binnen de campagne ‘Trots op mijn actie’ worden in totaal 100.000 uren aan stage ingevuld. Jongeren komen op deze manier bijvoorbeeld op plekken waar zij zich niet van konden voorstellen daar ooit te komen.

Mayher zegt dat IZI Solutions heel nadrukkelijk rolmodellen inzet. Dit kan zowel op afstand (bijvoorbeeld Jurgen Rayman, rapper Brainpower en Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing) als dichtbij, zoals een Marokkaanse jongeren die van een ‘multiprobleemgeval’ naar succesvol is gegaan. Mayher benadrukt dat het heel belangrijk is om te kijken naar wat mensen kunnen, en hoe je dat talent kunt stimuleren en uitbuiten.

Een medewerker van Zone3 verhaalt over de moeite die het kost om gemotiveerde stagiairs te vinden, velen haken heel snel weer af. De school stelt zich op het standpunt dat het stagewerk dan maar ‘leuker’ moet worden. Mayher haakt hierop aan, en vindt dat een onderdeel van een stage ook is om jongeren uit te laten vinden waar zijn of haar kracht zit.

Sandra Rottenberg dankt de aanwezigen voor de bijdragen en het publiek voor de enthousiaste inbreng en besluit met de opmerking dat we jongeren vanaf nu in ieder geval heel wat strenger tegemoet gaan treden.

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+