Verslag

De Vierde Dinsdag in September

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

Het kabinet-Rutte II presenteerde een week geleden haar begroting voor 2015. Hoewel in de Troonrede die koning Willem-Alexander uitsprak optimisme over de economische groei doorklonk, noemde minister van Financiën Dijsselbloem de begroting die hij aan de Tweede Kamer aanbood behoedzaam. Tijdens de bijeenkomst “de Vierde Dinsdag van September”, georganiseerd door het Kennisnetwerk Amsterdam en debatcentrum FLOOR van de Hogeschool van Amsterdam, leggen we de kabinetsplannen zowel politiek als maatschappelijk onder de loep. Meer dan 80 professionals en studenten luisteren in het Kohnstammhuis een avond geboeid naar de verwachtingen voor Amsterdam het komende jaar.

Marike Simons en Maud van der Wiel nemen de zaal in het eerste deel van de avond mee in het spel tussen de Haagse en Amsterdamse politici. Ze vragen de Tweede Kamerleden en wethouders wat ze inhoudelijk opvallend vonden aan Prinsjesdag. En ook of ze hun best hebben gedaan er voor Amsterdam iets extra uit te onderhandelen. In het tweede deel geven maatschappelijk prominenten vanuit de sectoren onderwijs, werk, welzijn/zorg en wonen hun mening op de kabinetsplannen en gaan we in gesprek over hun zorgen en wensen.

Wethouder Laurens Ivens (SP) viel op dat de begroting erg voorspelbaar was en dat er helaas weinig opzienbarends was. Volgens Tweede Kamerlid Jan Vos (PvdA) en wethouder Eric van de Burg (VVD) geven hem daarin gelijk maar benoemen dat voorspelbaarheid ook precies de bedoeling is geweest. Consistent beleid heeft geleid tot een kleine economische groei en dus was het een feestelijke dag aldus Vos. De dagvoorzitters stellen dat de VVD het thema economie al lang vastgepind heeft als speerpunt van hun beleid, en dat ze de dit dus ook mogen claimen. Maar hoe zit dat dan met wat we in de kranten hebben gelezen? Er lijkt weinig beleid te worden bijgesteld, dus heeft Ivens gelijk? Of zijn de journalisten zo cynisch en zijn de plannen te saai? Ook Kamerlid Joost Taverne (VVD) geeft aan dat Prinsjesdag weinig opvallends gaf. Wat volgens hem belangrijker is, zijn de Algemeen Politieke Beschouwingen die volgen in de dagen na Prinsjesdag. Daar kunnen partijen hun kleur laten zien en zich profileren ten opzichte van de plannen. Hoewel Ivens toegeeft dat zijn lijsttrekker de cijfers niet paraat had tijdens de Beschouwingen, voegt hij toe dat Roemer wel de pijnpunten van de samenleving durft te benoemen. En dat is waar het volgens hem om gaat, je moet aangeven waar je als partij voor staat en dat is goed gelukt aldus Ivens.

Maar hoe zit het dan met de gevolgen van de Rijksbegroting voor Amsterdam?

Van der Burg vertelt dat er veel minder geld naar Amsterdam komt, maar dat door de decentralisaties van Participatiewet, WMO en jeugdzorg de verantwoordelijkheid hiervoor bij de gemeente komt te liggen. Omdat zorg en welzijn per definitie om de zwakken gaat moet het goed georganiseerd worden. Taverne vult aan dat Amsterdam wel in het voordeel is omdat het beste maatwerk kan worden geleverd in de stad, vanwege haar grootte en goede voorbereiding. Van der Burg geeft aan dat hij voorstander is van de bezuinigingen in de zorg, in tegenstelling tot zijn collega wethouder. Hij heeft in zijn eerste periode als wethouder dus voorgesorteerd op dit beleid. Ivens richt zijn blik op zijn eigen portefeuille en geeft aan dat helaas de verhuurdersheffing aanblijft, dat is in zijn ogen een rem op de bouw. Een pluspunt is dat de lage BTW voor de bouw met een halfjaar verlengd wordt, nog beter zou het zijn als dat nog langer verlengd wordt. Waar ze in Den Haag in beeld moeten houden is wat hem betreft dat wonen in Amsterdam duur is.

Vos gaat hier op in, door toe te lichten dat iedere regio zijn eigen lobby heeft en dat Kamerleden zicht daar niet extra door laten beïnvloeden. In de achterkamertjes wordt aldus Vos gewoon op ratio gedeald, daarna kijken politici hoe ze het politiek overbrengen. In dat geval maakt het niet uit wie de boodschapper is maar worden belangen afgewogen. Simons en Van der Wiel vragen zich hardop af of partijlijntjes geen rol spelen? En hoe zit het met de lobby vanuit het maatschappelijk middenveld? Doet de Amsterdamse lobby het een beetje goed? Taverne vertelt dat zij op verschillende manieren aan hun kennis komen, onder andere door werkbezoeken. Maar de lobby speelt inderdaad een belangrijke rol. Het heeft een slechte naam gekregen maar is wel erg nuttig. De lobby van Amsterdam vindt hij heel goed, maar dat wordt ook verwacht van zo’n grote stad. Hoewel zo’n grote stad het niet echt nodig heeft om haar best te doen om dat ze niet te negeren is. Van der Burg beaamt dat er inderdaad wel eens sprake is van een zekere arrogantie vanuit Amsterdam. Soms is een pragmatischere opstelling nodig, voordat Den Haag dat we het hier wel alleen kunnen redden. Een voorbeeld is de invloed van oppositiepartijen, zoals wanneer de ChristenUnie als derde partij meestemt, die voorkeur geven aan de regio waar ze een grotere achterban hebben.

Simons en Van der Wiel dagen het publiek uit om ook met vragen te komen aan de vier heren. De zaal is benieuwd naar hoe het zit met de creatieve sector van Amsterdam en waarom de inkomensongelijkheid toeneemt. Een van de studenten vraagt of het klopt dat de prijs van studentenkamers bewust hoog gehouden wordt door het creëren van schaarste? Wethouder Ivens is oprecht geschrokken en geeft aan dat dit niet toegestaan is in Amsterdam en dus niet waar mag zijn. Leegstand moet absoluut bestreden worden en daarbij vraagt hij zich de komende periode af hoe er juist gezorgd kan worden voor meer studentenwoningen.

In het tweede deel zoomen we in op de zorgen en wensen vanuit het maatschappelijk middenveld.

Geke van Velzen (HvA) heeft de volgende quote uit de Troonrede geselecteerd: “Het stimuleren en benutten van jong talent is cruciaal voor toekomstige economische groei. De afgelopen jaren heeft de regering forse stappen gezet om de kwaliteit van het onderwijs en het onderwijspersoneel te verhogen en de aansluiting tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt te verbeteren.”. Voor haar weerspiegelt deze quote dat het kabinet een bewuste keuze maakt om te investeren in onderwijs. Van de Wiel stelt dat de LSVb op z’n zachtst gezegd niet blij is met de plannen om de basisbeurs af te schaffen, en vraagt om een eenvoudige uitleg van wat dat leenstelsel nou precies gaat betekenen voor studenten. Van Velzen legt uit dat het geld dat wordt bespaard door de invoering van het leenstelsel ten goede komt aan de kwaliteit van het onderwijs. Studenten maken geen aanspraak meer op de basisbeurs, maar moeten in plaats daarvan een lening aangaan bij de overheid tenzij je ouders niet genoeg verdienen.

Age Fluitman (voormalig voorzitter van de KvK) is bezorgd over de hoge werkloosheid, en heeft dan ook de volgende quote uit de Troonrede aan: “Het grootste zorgpunt van de regering is en blijft de hoge werkloosheid, die veel mensen en hun families direct treft. Daar ligt voor de regering de allerhoogste prioriteit. Mensen die hun baan verliezen of dreigen te verliezen, krijgen zoveel mogelijk middelen aangereikt om aan de slag te blijven of een nieuwe baan te vinden.”. Fluitman stelt dat hij weinig concreet beleid terug zag op dit onderwerp.

Hij vertelt dat hij graag zou zien dat er meer kleine projecten worden gestart waarin de overheid gaat samenwerken met het bedrijfsleven en het onderwijs. Vele kleine stapjes kunnen leiden tot één grote in richting het verbeteren van de werkloosheidscijfers. Van Velzen springt hier op in, de HvA participeert in de Amsterdam Economic Board waar ze in samenwerking met het UWV zorgt voor omscholing van werkzoekenden.

Ook directeur van Streetcornerwork Robin de Bood koos een passage over zorg en werkloosheid uit als meest opvallende quote uit de rede van de Koning: “Het grootste zorgpunt van de regering is en blijft de hoge werkloosheid, die veel mensen en hun families direct treft. Daar ligt voor de regering de allerhoogste prioriteit. Mensen die hun baan verliezen of dreigen te verliezen, krijgen zoveel mogelijk middelen aangereikt om aan de slag te blijven of een nieuwe baan te vinden. De overheid blijft zich, samen met de onderwijssector, vakbeweging en bedrijven, inspannen voor scholing en begeleiding van werk naar werk, en voor meer leer-werktrajecten specifiek voor jongeren.” De Bood noemt het zorgelijk dat er echt een ‘verloren generatie’ is aan te wijzen, van jongeren die volledig verdrongen worden van de arbeidsmarkt. De focus moet liggen op de kansloze jongeren, die zonder opleiding zitten en veel schulden hebben. We moeten ons realiseren dat deze groep spookjongeren onze overheid meer nodig heeft dan de afgestudeerde HBO student die niet direct een baan kan vinden. In samenhang daarmee heeft De Bood ook de quote over terrorisme en radicalisering geselecteerd, omdat het stuk hem raakt als Amsterdammer en als jongerenwerker.

Voor Egbert de Vries (AFWC) was het lastig om een quote te selecteren, de huurder werd overgeslagen in de Troonrede. In de Miljoenennota kwam de huurder wel aan bod, gelukkig wordt de aangekondigde bezuiniging op de huurtoeslag teruggedraaid. Ook positief is dat de mogelijkheden om tijdelijke huurcontracten af te sluiten worden uitgebreid. De uitdagingen komend jaar zijn dat van corporaties wordt verwacht dat ze zich toeleggen op sociaal verhuren maar tegelijkertijd de verhuurderheffing moeten afdragen.  Dit leidt tot betalingsproblemen en is op den duur niet vol te houden aldus de Vries, corporaties komen niet toe aan renovatie en nieuwbouw. Wel krijgen ze te maken met een toenemend aantal huurders dat langer in hun eentje blijft wonen, daardoor stokt de doorloop van huurders.

Simons en Van der Wiel vragen het publiek om hun laatste prangende vragen stellen aan de maatschappelijke prominenten. Van Velzen wordt uitgedaagd om nogmaals uit te leggen hoe het stoppen met de basisbeurs in het voordeel van studenten kan zijn. De Vries raadt studenten af om met vrienden een huis huren, hij kent veel voorbeelden waarin dit heeft geleid tot grote schulden. Een van de studenten vraagt tot slot aan Ivens of hij verwacht dat de decentralisatie gaat leiden tot ‘gemeente shoppen’.

Samenvattend concludeert Patrick van Beveren, voorzitter van het Kennisnetwerk Amsterdam, dat er vanavond een duidelijke scheiding was te zien tussen de politieke en de maatschappelijke duiding. De gasten in de tweede ronde waren veel zorgelijker in vergelijking met de optimistische politici. We zien dat wonen zeker een belangrijk thema is voor Amsterdam, en specifiek beleid verdient. En, opvallend is dat de stad belangrijker wordt, en daarmee de buurten en wijken waarin het KNA haar wortels heeft.

Genoeg input voor nieuwe inspirerende bijeenkomsten in 2015.

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+