Verslag

Stadsgesprek Radicalisering

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

Voor de eerste bijeenkomst van het jaar, ‘Radicalisering en de professional’, was vooraf al veel belangstelling getoond. Op de dag van de bijeenkomst is dat niet verminderd. Alvorens de deuren officieel open gingen meldden de eerste gasten zich al bij de balie. Binnen een mum van tijd stroomt de zaal in het Calandlyceum gezellig vol en moeten extra stoelen worden bijgezet om iedereen te plaatsen. Met een kopje koffie of thee in de hand vragen bezoekers elkaar wat de verwachtingen zijn van de dag. Deze vraag zal snel beantwoord worden.

Nadat Sandra Rottenberg als dagvoorzitter alle aanwezigen welkom heet zet ze uiteen waarom we vandaag bijeen zijn: “Vandaag geen pasklare oplossingen, waar iedereen reikhalzend naar uitziet. Maar hoe kunnen we jongens en meisjes ervan weerhouden? We kunnen niet alles, maar wel veel. Dat is de inzet van vandaag”.

Sandra kijkt de zaal rond en inventariseert wie er in de zaal zitten. Jeugdwerkers, onderwijzers, politie, beleids- en zorgmedewerkers zijn met name goed vertegenwoordigd. Een gemêleerde groep aan professionals wat past in de visie van de locatie. “Hier staat een hele trotse directeur” zegt Jan-Mattijs Heinemeijer en toont de zaal met open armen. “Het Calandlyceum is een openbare school, voor iedereen toegankelijk. En dat is meteen een statement wat bij deze middag hoort. Wij zijn een scholengemeenschap, een brede school. En daar geloof ik in. We moeten met elkaar samenleven, alles door elkaar heen”. Dit wordt met applaus vanuit de zaal ontvangen.

Dit applaus wordt doorgezet wanneer Sandra de eerste twee sprekers naar voren roept: Bertjan Doosje (hoogleraar Radicalisering Studies aan de Universiteit van Amsterdam) en Fiore Geelhoed (criminologe aan de Vrije Universiteit). Zij schijnen hun licht op het fenomeen radicalisering. Bertjan heeft zich verdiept in wat ervoor zorgt dat mensen gevoelig zijn voor radicalisering en gewelddadig worden. Fiore heeft naar eigen zeggen altijd een fascinatie gehad voor jongeren met absolute overtuigingen en is zelf diep de wijken in gegaan om het perspectief van jongeren te ontraadselen.

“Is radicalisme op zich zo slecht? Is extremisme, met geweld, niet wel erg en radicalisme niet?” vraagt Fiore aan de zaal. “Radicalisering is misschien een fase die je nodig hebt om los te komen. Belangrijk onderscheid tussen gedrag en houding”.

Bertjan valt Fiore bij en vertelt dat we radicalisering ook moeten relativeren. Want naast radicaal is het ook puberaal. Jongeren moeten zich in een zoektocht naar hun identiteit losweken van ouders en vrienden. Dus wanneer iemand zegt ‘alle homo’s tegen de muur’, hoeft dat op zich geen radicale opmerking te zijn. Ook dat kan onderdeel zijn van identiteitsvorming. Echter, naast identiteit zijn er ook nog ideologische en instrumentele motieven, maar met name bij identiteit kunnen groepen een grote rol bij spelen.

Volgens Fiore wordt er in onze samenleving veel nadruk gelegd op je identiteit. Je móet iemand zijn. Je kunt de beste bakker van Nederland zijn of Hollands Next Top Model. Maar je moet ergens een hero in zijn. Radicale groepen kunnen dat gevoel van ‘erbij horen’ geven. Vooral bij jongeren die nog zoekende zijn naar een identiteit, die binnen de bredere samenleving het gevoel hebben dat ze buiten gesloten worden. Uit haar onderzoek blijkt: “dat juist de radicalen en de extremisten gevoelig zijn voor sociale uitsluiting en groepsdruk. Juist zij willen er graag bij horen. De mensen die zich daarbij aansluiten zijn vaak hoger opgeleid. Maar zij hebben dus ook hogere verwachtingen en voelen zich dus ook sneller afgewezen”.

Vanuit de zaal vraagt een aanwezige vanuit stadsdeel Noord in hoeverre de buitenlandse politiek daar een rol in speelt. Bertjan antwoordt: “Elke radicaal wantrouwt niet alleen de media, maar ook de politiek. De regering doet nooit genoeg en vindt daarom dat zij recht hebben om te doen wat zij doen”.

Daar aansluitend staat Rebecca van Streetcornerwork op en vraagt zich af of er niet een groot verschil is tussen radicalisering en extremisme. “We plakken ook verschillende labels op” zegt Fiore. “No Surrender mag meevechten met de Peshmerga, maar een Syriëganger wordt direct vervolgd. Heel veel mensenrechtenschendingen hebben we toegelaten. Nu pas grijpen we in met IS. Daarmee creëer je als overheid ook deels je eigen vijand. Politiek is keuzes maken en dat kan hypocriet overkomen. We moeten ook veel meer naar buiten treden dat politiek moeilijk is”.

Maar radicalisering is meer dan een Islam-discussie volgens Jan-Mattijs. Als een leerling in het Calandlyceum maf doet dan moet je daar vervolgens wat aan doen. Je moet volgens Jan-Mattijs kinderen meenemen in je gedachtegoed. Een collega van ROC Noord beaamt dat hij het gevoel van onrechtvaardigheid vaak tegen komt op school. Hiermee moet “met veel geduld en liefde worden omgegaan”.

Sandra dankt Fiore en Bertjan voor hun bijdrage en introduceert de volgende twee sprekers: Enrico Kruydenhof die projectleider Jeugd en Veiligheid is in stadsdeel West en Fatimazohra Hafjar van de stichting Think-Kabir.

Fatimazohra steekt sterk van wal: “Als jongeren eenmaal geradicaliseerd zijn, dan kun je niks meer doen”. Volgens haar moeten we veel eerder erbij zijn. Dat kan niet door één jeugd- of buurtwerker worden gedaan maar daar is een heel team van betrokken bij nodig om alle problemen waar deze jongeren mee kampen, op te lossen. Je moet echt bij ze doordringen. “Zij zijn geen liefde gewend, geen geborgenheid of aandacht. Helemaal niks. Dus je moet dat liefdevol benaderen. Je moet hen weer mens laten voelen”. En daarbij is het van belang om hun wereld te leren kennen en toe te treden met een open houding.

Enrico vertelt hoe hij dat als buurtwerker in Amsterdam West vorig jaar werd gevolgd door Het Parool. “Die journalisten hebben geen idee, ze waren verbaasd dat er ook positieve dingen in de wijken gebeuren. Als je echt in de buurt geworteld bent, dan leer je ook de positieve kanten kennen”. Aansluitend op wat Fatimazohra eerder vertelde vervolgt Enrico: “Het zijn allemaal echte personen. Die moet je leren kennen”. Hoewel Enrico positieve ervaringen heeft over de aanpak in Amsterdam West en niet precies weet hoe andere stadsdelen daarmee omgaan, is hij wel van mening dat veel organisaties hun medewerkers niet met een open houding laten werken.

Een buurtwerker vanuit Westerpark concludeert dat veel organisaties vanuit hun eigen perspectief en doelen kijken, maar niet altijd vanuit perspectief wat het beste is voor het kind en waar zij behoefte aan hebben. Maar een aanwezige schoolpolitieagent ervaart dat zelf anders en vindt dat hij wel de ruimte krijgt om een andere aanpak toe te passen dat zijn collega’s: “Mijn collega’s moeten boeven vangen, ik kan het anders doen. Leerlingen hebben daar geen moeite mee, maar ouders en medewerkers wel. Ik kan zeggen: ‘Ik weet wat je buiten uitspookt’, maar dat doe je niet hier. Ik ga niet over buiten maar over binnen”.

Vanuit de zaal komt ook de oproep dat we met z’n allen meer verbinding moeten opzoeken. Een deelnemer geeft aan dat hij Moslim en Amsterdammer is, maar voornamelijk ook moe. “Van alle kleinschaligheid. Van alles wat niet werkt. We moeten verbinden. Iedereen moet zich Amsterdammer voelen. Als professional moeten we ons daar op richten. Ik heb ook last van extremisten en criminelen. We zijn geen Moslim of niet-Moslim, maar Amsterdammers”.

Jan-Mattijs van Calandlyceum ziet daar een rol weggelegd voor scholen. Want dan zijn ze op een leeftijd wanneer ze nog toegankelijk zijn. Jongerenwerker Youssef van Combiwel deelt die mening maar voorziet ook problemen. De werkdruk bij scholen groot waardoor al moeite hebben met regulier lesgeven, laat staan deze rol verder op te nemen. Maar ook zijn er directies geweest die hebben gezegd dat zij moeite hadden om de gebeurtenissen in Parijs bespreekbaar te maken.

Enrico vraagt aan Youssef naar wat voor soort regie hij op zoek is want in zijn eigen stadsdeel West proberen ze zo veel mogelijk integraal te werken. Youssef geeft aan dat in Nieuw-West iedereen op zijn eigen eiland bezig is en er geen sprake is van regie.

Doordat de aanpak in stadsdelen verschillen op regieniveau zit daar ook een valkuil volgens de buurtcoördinator uit Amsterdam West: Bij mij in de Kolenkit weten we elkaar te vinden. Maar mijn jongeren zitten hier [Calandlyceum] op school. Dus als er hier wat gebeurt, dan horen we dat niet. Elkaar kennen is de crux”. Ook andere buurtwerkers in de zaal zijn van mening dat verbinden de manier is. De focus ligt vooral ook op ouders, maar dat zijn maar twee mensen om een jongere heen. Er zou meer preventief moeten worden gehandeld. Zaken herkennen voordat het misgaat. Wanneer er zondagavond iets gebeurt bij het jongerenwerk moet dat invloed hebben op de aanpak maandag op school.

Een andere oproep uit de zaal is om de vaders en moeders van Syriëgangers in de herinnering te blijven. Want die jongeren ronselen veelal via internet onze jongeren uit de buurt. Daar zou meer aandacht voor moeten zijn en niet enkel ‘bagatelliseren als puberaal gedrag’.

Fiore: “We moeten inderdaad niet bagatelliseren. Maar alleen repressie is niet het antwoord, preventie is superbelangrijk. We moeten lange termijn denken, niet korte termijn. Waar zijn we het met elkaar over eens? Waarin lijken we op elkaar? Hoe gaan we met elkaar om?”

Sandra Rottenberg besluit het gesprek, het is tijd om voor conclusies: “Radicaliseren hoort bij een periode in je leven. Maar dat heeft ook gevaren. En daar moeten we met z’n allen iets aan doen. Meer vrijheid voor teams is goed, maar dat heeft ook eilandjes als gevaar. Zelf actie ondernemen is daarvoor belangrijk. We moeten op zoek naar wat ons bindt, we kunnen niet op korte termijn alles voorkomen, maar wel elke dag met liefde ertegenaan gaan”. Met het credo van verbinden in het achterhoofd ging het gesprek door bij de borrel.

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+