Verslag

Verslag Stadsconferentie Leven in 2020

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

Op 2 juni is het tijd voor de Stadsconferentie Leven in 2020: in welk Amsterdam willen we dan leven en hoe komen we daar?

Petersen_2015_IMG_8322

Om 13.00 uur heet dagvoorzitter Kirsten van den Hul iedereen in de Tolhuistuin van harte welkom. Kirsten start met een inventarisatie in de zaal: wie zijn er vandaag allemaal aanwezig? Veel deelnemers blijken te werken bij woningcorporaties, stadsdelen, de gemeente en welzijnsorganisaties. Maar er zijn ook vertegenwoordigers van bewonersorganisaties, ambtenaren van ministeries en ondernemers. Kortom, een gemêleerd gezelschap!

Petersen_2015_IMG_8346

Het eerste deel van de Stadsconferentie bestaat uit drie inleidingen die het thema, leven in 2020, telkens vanuit een andere invalshoek beschouwen. Hierna is het de beurt aan het publiek om voor zeven sticky problems verfrissende oplossingsrichtingen te bedenken.

Petersen_2015_IMG_8361

De eerste inleiding wordt verzorgd door Jeroen Slot, directeur van het bureau Onderzoek, Informatie en Statistiek van de Gemeente Amsterdam. Slot vertelt over het tweejaarlijkse onderzoek de Staat van de Stad, dat recent door OIS is gepubliceerd en waarin een driedeling in de stad wordt gesignaleerd. De leefsituatie in Centrum en Zuid is relatief gunstiger dan gemiddeld, in Oost en West gemiddeld en in Noord, Zuidoost en Nieuw-West relatief ongunstiger. Aan deze leefsituatie-index koppelt Slot het begrip vertrouwen in de toekomst. Hieruit blijkt dat hoe gunstiger de leefsituatie-index is, hoe meer vertrouwen er in de toekomst is. Ook de arbeidssituatie en andere participatie-indicatoren blijken met de leefsituatie-index samen te hangen. Slot waarschuwt dat de contrasten in de stad eerder lijken toe te nemen dan af te nemen. Een duur, welvarend, hip en overwegend blank binnen de Ring en een ander Amsterdam buiten de Ring.

Petersen_2015_IMG_8408

De tweede inleiding wordt verzorgd door Leon Bobbe, directievoorzitter van De Key. Bobbe start zijn betoog met de vaststelling dat Amsterdam en de rol van Amsterdam in Nederland verandert. Mondiaal gezien worden steden veel en veel belangrijker en Amsterdam vormt daar geen uitzondering op. Eigenlijk is Amsterdam de enige metropool van Nederland, als middelpunt van de ‘A2-stad’. Mondiaal gezien concurreren de metropolen met elkaar op het gebied van cultuur, economie, toerisme, logistiek, werk, wonen, etc. Metropolen zijn creatiever, duurzamer en efficiënter dan andere samenlevingsvormen. Het verblijf in deze metropolen is steeds meer ‘short time based’. Het ideaal van één baan en één huis voor de rest van je leven is niet meer van deze tijd. Mensen hebben flexibele contracten of zijn ZZP’er, wonen enige tijd krap met ziel en zaligheid in het hart van de stad en verhuizen dan graag naar buiten voor meer ruimte of een tuin. De dynamiek van de stad vraagt, kortom, om woonoplossingen die hierop aansluiten. Binnen deze toegenomen dynamiek ziet De Key de toetreders op de woningmarkt als haar doelgroep. De Key wil graag die toetreders snel, maar wel voor een korte duur, aan woonruimte helpen, midden in Amsterdam op A-locaties. Na de korte duur, enkele jaren, zouden de toetreders weer door moeten verhuizen, bijvoorbeeld naar buiten Amsterdam, zodat nieuwe toetreders midden in de stad kunnen wonen. Op die manier krijgt iedereen een faire kans om enige tijd in het hart van Nederland te wonen en hieraan bij te dragen.

Petersen_2015_IMG_8390

Na deze uitdagende zienswijze is het tijd voor de derde inleiding, een filosofische blik op de stad, door Daan Roovers, hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Roovers start met een blik in het verleden. De eerste steden, meer dan 5.000 jaar geleden, ontstonden in het huidige Irak. In deze steden werden tal van uitvindingen en ontdekkingen gedaan, juist omdat daar voor het eerst tal van talenten bij elkaar waren. En dit is in al die jaren erna niet veranderd. De stad is in de eerste plaats een ontmoetingsplaats; grote filosofen woonden tot aan de Romantiek dan ook veelal in steden en ontleenden hier hun inspiratie aan. In de Romantiek komt er kritiek op de (geïndustrialiseerde) stad, de zou bijvoorbeeld bijdragen aan vervreemding, decadentie en verval. De Franse existentialisten floreerden juist weer in de stad; volgens hen onderscheid juist cultuur ons van het dier. Aan het begin van de 21e eeuw ontstaan er weer nieuwe inzichten over de verhouding tussen de (postmoderne) stad en het platteland. Peter Sloterdijk beschrijft onze samenleving bijvoorbeeld als een wereld van schuim. Elk individu is een cel die via talloze, vaak broze, verbindingen is verbonden met andere cellen. Deze cellen vormen kortstondige verbanden rondom problemen of uitdagingen en gaan daarna weer uit elkaar om andere verbanden te vormen. Maar schuim is ook heel fragiel; kan snel uit elkaar spatten. Is een verband dat uit schuim bestaat wel sterk en bezielend genoeg om de vragen van nu het hoofd te bieden?

Petersen_2015_IMG_8435

Met die intrigerende gedachte stuurt de dagvoorzitter de aanwezigen uiteen om in twee rondes na te denken over zeven sticky problems. Aan het eind van de dag blijken de verschillende werkgroepen tot de volgende conclusies gekomen te zijn:

Petersen_2015_IMG_8440

  1. Afwaarderen maatschappelijk vastgoed?

Volgens moderator Ewald Weiss heeft in deze werkgroep inleider Rudy Stroink betoogd dat het afwaarderen van maatschappelijk vastgoed, waardoor het vrijkomt op de vastgoedmarkt, niet zomaar kan. Want dan stort de onroerend goed markt wederom in en dat kan een opkrabbelend Nederland niet hebben. Veeleer moeten projectontwikkelaars en eigenaars creatief met de regels omgaan en niet zozeer op toestemming van de overheid wachten. Toestemming achter verlenen is altijd makkelijker dan op voorhand, en dus is eigen initiatief gewenst, is de conclusie van de groep.

Petersen_2015_IMG_8574

  1. Waar woont Amsterdam in 2020?

Moderator Els Verdonk zegt dat de woningmarkt zo op slot zit dat het gat steeds groter wordt en wachtlijsten steeds langer. Als mogelijke oplossingen zijn shared housing en ‘friend-achtige contracten’ genomen. Ook zouden corporaties samen met huurders woningen in erfpacht kunnen kopen of zouden woonverenigingen nieuw leven in geblazen kunnen worden.

Petersen_2015_IMG_8277

  1. De resultaten van gentrification

Joop de Boer van Pop-Up City betoogde dat de groepen in het algemeen positief waren over gentrification, maar ergens was er toch een gevoel of dat helemaal terecht was. Eenvormigheid en grootschaligheid is een probleem dat op de loer licht. Concluderend stelden de groepen dat wonen in een gentrified gebied ook zou moeten betekenen dat je wat terugdoet voor de buurt en er niet allen hip gaat wonen. Daarbij zou gemikt moeten worden op kleine zaken, niet op über-ambitieuze grootse zaken.

Petersen_2015_IMG_8460

  1. Jong in Amsterdam

Waar wonen jongeren, zowel studenten als laagopgeleide starters, in Amsterdam in 2020? Dit probleem is gekoppeld aan een heleboel andere problemen. Jongeren zouden in het algemeen veel meer perspectief moeten krijgen. De oplossing van Bobbe, even in Amsterdam en dan weer naar elders, is niet reëel. Althans niet zolang er geen breder perspectief is voor een leven buiten Amsterdam. Een goede eerste stap zou zijn om het kopen van woningen voor jongeren in Amsterdam goedkoper te maken.

Petersen_2015_IMG_8477

  1. Ouder worden in Amsterdam

Het kernwoord in deze groep was naboarschap. Wat kun je als buurt doen om ouderen langer thuis te laten wonen? En hoe kan een oudere in zo’n buurt eigen regie houden en ervaren? Amsterdam zou opgedeeld moeten worden in stadsdorpen; waarbij mensen weer bij elkaar thuiskomen. Waarbij ouderen jongeren op weg helpen en waarbij jongeren ouderen helpen met allerhande praktische zaken.

Petersen_2015_IMG_8541

  1. Betekent minder regels meer risico’s?

Dit bleek een complex thema te zijn. Regels zitten soms inderdaad vernieuwing in de weg, maar soms is het ook spijkers op laag water zoeken. Er kan zoveel meer dan de meesten denken. En “een ambtenaar zal altijd blijven bestaan”. En dat is maar goed ook, want regels zorgen ook voor gelijke behandeling en andere mooie waarden. Maar tussen de regels door zou er meer flexibiliteit moeten zijn.

Petersen_2015_IMG_8547

  1. Terug naar het kleinschalige

De belangrijkste conclusie is: kleinschaligheid is here to stay! Er zijn zoveel goede voorbeelden uit de praktijk aangehaald. Maar dat is niet de hele kant van het verhaal. Belangrijk is om bij de kleinschaligheid altijd de koppeling met andere schaalniveaus in de gaten te houden. Juist het schakelen tussen deze niveaus biedt meerwaarde en zorgt ervoor dat het kleinschalige wordt ingebed in de bredere systeemwereld en daarmee relevantie heeft die verder gaat dan de eigen buurt of dat ene moment.

Petersen_2015_IMG_8631

Aan het eind van deze zeer inspirerende dag dank dagvoorzitter Kirsten van den Hul alle aanwezigen, inleiders, moderatoren, sprekers én de organisatie voor hun inbreng. In het sfeervolle Tuinhuis werd nog lang door geborreld door de aanwezigen.

Petersen_2015_IMG_8677

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+