Verslag

Terugkoppeling: Familie

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

Auteur: Jacqueline van Loon

‘It takes a village to raise a child’.

In de mooi diverse werkgroep van circa 20 deelnemers zat veel ervaring, zowel met het werken met jongeren als met ouders. We begonnen ter kennismaking met een rondje ‘wie ben je, wat doe je en wat heeft jou geholpen om te komen waar je nu bent?’.

Iedereen deelde uit eigen ervaring het belang van ‘een veilig nest’ voor opgroeiende jongeren. Daar vindt je de stimulans om keuzes te maken en door te zetten, ook wanneer het tegenzit. Iemand zei “ik was zelf best een lastige puber, maar mijn familie was veilig genoeg om te kunnen knokken”. Niet alle hulpverleners en jongerenwerkers in de groep hadden zo’n familie. Degenen bij wie dat niet het geval was, konden bijna altijd wel iemand aanwijzen, die op cruciale momenten belangrijk was geweest; een leraar, een tante, de voetbaltrainer.

Een deelnemer in de groep vatte het aan het eind prachtig samen: “Iedere jongere verdient het om iemand in zijn omgeving te hebben die in hem of haar gelooft!”.

Doen wij het dan goed in Amsterdam? Zorgen wij voor die ‘villlage’ rondom die jongeren, waarin mensen zijn die in hem of haar geloven als het gezin dat onvoldoende kan? En geldt dan die steun niet alleen voor de jongere zelf, maar ook voor de omgeving van die jongere? De ouders, de school, de hulpverlening? De cijfers op de toegezonden factsheets laten anders zien.

De deelnemers in de groep zetten zich stuk voor stuk met veel kennis, ervaring en directe betrokkenheid in om zowel jongeren als ouders te ondersteunen bij de vragen en problemen die ze tegen komen. Van Fatima Fattouchi van het Jongeren Informatie Punt (JIP) hadden we in de plenaire inleiding al tal van voorbeelden gehoord waar jongeren mee zitten (variërend van het bekende rijtje inkomen, woning, werk tot met criminaliteit, drugs, ongewenste zwangerschappen of gewoon verliefdheid). Vragen waarmee ze in hun directe omgeving vaak niet terecht kunnen. Laat staan dat ze de weg terug weten te vinden als het helemaal fout gaat.

In Amsterdam hebben we een behoorlijke infrastructuur opgebouwd ‘om het kind’ zowel preventief als repressief niet te laten ontsporen. Toch kwamen er uit de groep nog tal van verbeterpunten en aanbevelingen; (in willekeurige volgorde en niet uitputtend):

De hulpverlening is nog te wit

Achtergrond van deze uitspraak is dat om echt effectief te zijn de hulpverleners de cultuur van de vaak allochtone gezinnen, in al hun diversiteit, goed moeten kennen en er dichtbij moeten staan. Het helpt als je de codes kent. Een deelnemer illustreerde het treffend: “Als je iets tegen tienerzwangerschappen wil doen, moet je eerst snappen hoezeer het een taboe is om over seks te praten in de Surinaamse gemeenschap. Een meisje van 15 of 16 gaat haar moeder echt niet vragen of ze aan de pil mag, dat is net zo iets als vragen of je seks mag. Als je eenmaal zwanger thuis komt, wordt dat echter wel geaccepteerd en kun je rekenen op de steun van moeder of oma om het kind op te voeden”.

Zo zijn er in elke cultuur taboes en ongeschreven regels binnen het gezin of de gemeenschap. Je moet die kennen én weten hoe daar mee om te gaan om zaken te voorkomen of te veranderen. Wijs dat niet af, maar toon begrip. Vandaar uit kan je zaken veranderen.

We focussen teveel op de jongeren zelf en te weinig op het gezin daarom heen

Veel ouders kampen ook met opvoedingsproblemen, maar weten niet waar ze om hulp kunnen vragen of durven dat niet. De drempel is te hoog. De cultuur en taalkloof zitten niet alleen tussen jongeren en de maatschappij, maar net zo goed binnen het gezin. Zeker bij traditionele Marokkaanse of Turkse gezinnen, waar de jongeren eerder ingezet worden om hun ouders te helpen dan andersom. Hoe kunnen je ouders je helpen in deze complexe maatschappij als je als kind al leert dat jij de tolk bent? Als je wilt dat ouders hun rol als opvoeder goed kunnen oppakken, zal je ook de ouders en vooral de moeders moeten empoweren. Bijvoorbeeld door cursussen (een deelneemster had daar goede ervaringen mee) die zich vooral richten op het vergroten van zelfvertrouwen van de ouders. Onder meer door te zorgen dat ouders (lotgenoten) elkáár leren ondersteunen en versterken (‘peerlearning’)

De hulpverlening is te paternalistisch en te veel probleemgericht

In het verlengde van het voorgaande; de Nederlandse hulpverlening maakt veel te weinig gebruik van de kracht die er binnen de familie of breder de gemeenschap zit. De aanpak is aanbod gericht, vanuit een attitude van ‘u doet het niet goed, wij weten hoe het wel moet’. In plaats van te vragen ‘waarmee zou u geholpen zijn? Wat heeft ú nodig en hoe kunnen wij daarbij helpen?”. Zoek ouders veel eerder op en breng ze bij elkaar! Betrek het hele netwerk van de jongere of het gezin erbij en ga op zoek naar waar de kansen liggen. Voeg kennis toe (van psycho educatie tot financiële regelingen), maar hang niet de deskundige uit. Ouders en het netwerk erom heen willen allemaal het beste voor hun kinderen, speel daar op in. Versterk hun zelfvertrouwen en organiseer succeservaringen. Familie is de bron.

Differentieer en begin op tijd!

Jonge ouders van jonge kinderen staan voor andere problemen, dan oudere ouders van grotere kinderen. Succesvolle ondersteuning begint al bij het ondersteunen van jonge moeders op het consultatiebureau/OKT en school. De eerste generatie gastarbeiders staat er anders in, dan net aangekomen vluchtelingen bijvoorbeeld. De tweede generatie jonge ouders heeft niet zoveel aan de voorbeelden van hun ouders en hebben weer andere problemen. Verdiep je daarin, daar moet veel meer aandacht en begrip voor zijn. Er moet veel meer aandacht naar preventie. Doorbreek de vicieuze cirkel van problemen die generatie op generatie worden doorgegeven!

Niet alleen projectjes, lange termijn aanpak nodig!

Tot slot een oproep aan politiek en beleidsmakers. Er zijn voorbeelden van succesvolle projecten, die echt een andere aanpak hebben en daarmee effect sorteren. Dergelijke projecten worden vaak alleen kortdurend gesubsidieerd en stoppen dan weer. Tot het volgende project. Er is een lange termijn visie nodig en langdurige investeringen. Jongeren van nu zijn de ouders van straks!

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+