Verslag

Verslag Stadsgesprek 'Optimaal Decentraal'

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

In een ruimte van Woonzorgcentrum Nieuw Vredenburgh van Cordaan – waarin net daarvoor nog volop werd gehandwerkt – verzamelen zich professionals, ervaringsdeskundigen en onderzoekers om met elkaar te spreken over anderhalf jaar decentralisaties in het sociaal domein. Wat gaat er goed en wat kan er beter? Moderator Inger Schaap (Humanity in Action) legt uit dat we het vanmiddag niet zozeer om een technische evaluatie van de diverse wetten gaan hebben, maar vooral over wat de transities hebben betekend voor de cliënt én de professional. Tijdens de bijeenkomst – die door het Kennisnetwerk Amsterdam samen met Cordaan is georganiseerd – staat een positieve insteek voorop. Het publiek wordt van harte uitgenodigd om van meet af aan mee te doen met de discussie.

IMG_6701

Allereerst stel Inger de vier gasten voor: Anja Hommel (Cordaan), Theo Schut (Spirit), Corine van den Burg (Stichting De Omslag) en Karin Boudewijns (gemeente Amsterdam). De vraag aan elke gast is: wat zijn de belangrijkste gezichtspunten na anderhalf jaar decentraal?

Anja bijt het spits af: voor wat de langdurige zorg betreft zijn we op de helft. Wat nog moeilijk is, is dat veel cliënten nieuwe toegangsloketten hebben. Waar moet ik nu weer zijn? Dit hangt mede samen met de versnippering van de financiering van de langdurige zorg.

Theo is positief: de decentralisatie van de jeugdzorg heeft ervoor gezorgd dat er in nieuwe teams door veel verschillende organisaties nu echt wordt samenwerkging. Hierdoor is niet meer de organisatie leidend, maar de noden van de cliënt. Minder goed gaat het met de bereikbaarheid van de teams, dit is echt nog een verbeterpunt.

Corine is vooral te spreken over de extra duw die de decentralisaties hebben gegeven aan de samenwerking met het bedrijfsleven en sociale firma’s. Er wordt nu echt veel meer samengewerkt én op het juiste niveau, namelijk in de wijk.

IMG_6705Karin licht toe hoe de gemeente al sinds het eerste Kabinet-Rutte minutieus is begonnen met de voorbereidingen van de decentralisaties. Voorop stond en staat de samenwerking tussen organisaties. Hieruit zijn de wijkzorgnetwerken ontstaan.

Inger licht toe dat de Rijksoverheid drie primaire doelstellingen had met de transities: zorg moet dichter bij de cliënt, er moet ontschot worden tussen de organisaties en het moet goedkoper. Wat is er van deze doelstellingen terecht gekomen?

Vanuit de zaal komt ter illustratie het verhaal van een 97-jarige schoonmoeder die alles nog zelf wil doen. Voorheen kreeg zij voldoende huishoudelijke hulp, nu is dat minder waardoor zij weer meer zelf doet. Met als gevaar dat zij vereenzaamt en bijvoorbeeld valt.

Anja zegt dat het beleid er nu op is gericht om per persoon, op maat, te kijken wat iemand nodig heeft om een huis schoon te houden. Niet meer een standaardhulp voor iedereen, maar wat heb je écht nodig?

Karin vertelt dat zij vanuit de gemeente niet met genoegen en dankbaarheid terugkijkt op het afgelopen jaar met betrekking tot huishoudelijke hulp. Mede hierom heeft de gemeente besloten om in 2017 niet verder hierop te bezuinigen.

IMG_6711

Corine voegt toe dat wat haar betreft de administratieve lasten naar beneden moeten. Iedere organisatie zou kritisch moeten kijken naar hoeveel tijd de professional bezig is met de cliënt en hoeveel tijd met het invullen van papieren. Het gaat om loslaten en de professional meer vertrouwen. Dan ontstaat er ook weer meer tijd om cliënten echt te helpen, bijvoorbeeld met huishoudelijke hulp.

Inger vraagt zich af of de transities niet veel meer zijn dan slechts een reorganisatie, maar veel meer een omwenteling waarbij het uitgangspunt is dat de cliënt en zijn omgeving veel meer moeten doen?

Corine heeft moeite met de maakbaarheidsgedachte die hier achter schuil gaat. Ingers veronderstelling is inderdaad juist, maar vergt een hele andere manier van denken. Nu is er veel wensdenken, terwijl het allemaal niet zo makkelijk is en vooral een lange adem vergt.

Theo merkt op dat Spirit nu veel meer in de wijk kijk wat er allemaal mogelijk is. Maar dit zorgt er ook voor dat het voor de professional niet makkelijker is geworden en vaak voor dilemma’s zorgt. Kan een cliënt iets op eigen kracht met een cursus, of is er veel meer nodig? Vooral wanneer de veiligheid van bijvoorbeeld kinderen potentieel in gevaar is, zijn dit soort dilemma’s moeilijk.

Vanuit het publiek komt de vraag wie eigenlijk de sociale wijkteams aanstuurt?

IMG_6707

Theo antwoordt dat de Ouder en Kind teams een joint venture zijn tussen de gemeente Amsterdam, de GGD en 23 organisaties. Zij dragen allemaal gezamenlijk de verantwoordelijkheid. De SamenDoen teams zijn van de gemeente Amsterdam, zij sturen dat aan. Momenteel worden beide modellen geëvalueerd.

Volgens Karin moet de netwerkgedachte voor dit soort samenwerkingsverbanden nog flink gestut worden. Daarbij komt dat bezuinigingen in de zorg betekenen dat er minder professionals komen.

Maar, hoe zit het dan met de kwaliteit van de zorg voor de cliënt?

Anja zegt dat Cordaan sinds anderhalf jaar veel meer klachten krijgt. Vooral oude mensen hebben vaak helemaal geen netwerk meer om op terug te vallen. Daardoor doen wijkverpleegkundigen nu soms zelfs huishoudelijke taken, want anders doet niemand het.

Karin ziet hierin een goed voorbeeld van ontschotting. Natuurlijk zijn wijkverpleegkundigen hier niet primair voor, maar als zij toch regelmatig over de vloer komen, dan kunnen zij ook wel even in de koelkast kijken.

IMG_6709

Kan de gemeente de kwaliteit van de zorg garanderen?

Volgens Karin is het huidige model geen one-size-fits-all benadering, maar wordt er echt gekeken naar wat er nodig is.

Volgens sommigen in het publiek is dit een papieren werkelijkheid. De gedachte is mooi, maar vergt tien jaar om in te voeren en om te schakelen. En de gemeente verwacht nu dat mensen op stel en sprong een netwerk hebben én kunnen activeren.

De vraag is wat de rol van cliënten/ bewoners is om samen met professionals de transities vorm te geven. Worden zij niet te weinig bij betrokken? Moet de handelingsvrijheid van professionals, gesteund door hun managers, niet veel groter zijn, zodat zij samen met bewoners/ cliënten op zoek kunnen gaan naar wat werkt?

Er wordt opgemerkt dat het vooral goed is om dicht bij de cliënt zelf te blijven, dichtbij hun leefwereld. De professional moet vertalen wat de cliënt nodig heeft. Niet minder, maar ook niet meer. De cliënt moet wel dúrven vragen wat hij nodig heeft.

Om dit te bewerkstelligen is er leiderschap nodig. En een lange adem.

IMG_6713

Corine zegt dat er al heel veel moois in de stad gebeurt op het gebied van burgerinitiatieven. De gemeente heeft hier zicht op, maar kan dit alles niet monitoren. Dat zou ook niet wenselijk zijn. Maar via die initiatieven is er wel de mogelijkheid om zorg in de buurt te verankeren.

Karin merkt op dat het de gemeente zoveel tijd zou kosten om alles te monitoren, dat het ten koste van andere zaken zou gaan.

Inger stelt de laatste vraag aan de panelleden én het publiek: wat voor concreets zou er beter kunnen, om zo van de transitie een transformatie te maken?

Corine: Samenwerking met het bedrijfsleven, om zo werkplekken en participatieplekken voor ‘moeilijke groepen’ te creëren.

Karin: We moeten minder focussen op alles willen vastleggen en op administratie en veel meer vrijheid geven.

IMG_6715

Theo: Meer initiëren om over de eigen grenzen heen te kijken. Niet alleen kijken naar wat jij als organisatie goed kunt doen, maar ook naar wat de ander misschien nog wel beter kan en wat je samen kunt.

Anja: De langdurige zorg wordt nu gefinancierd vanuit de WMO, de Zorgverzekeringswet en de Wet Langdurige Zorg. Dit zijn allemaal verschillende aanspreekpunten, offerte-trajecten en voorwaarden. Dit zou ontschot moet worden. En dan nemen we meteen de magische grens tussen 18 min en 18 plus mee.

IMG_6717

Vanuit het publiek wordt nog gesuggereerd:

  • De schotten zouden helemaal weg moeten, pas dan kan zorg echt in de buurt landen;
  • Er zou een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid moeten komen voor één team of één buurt;
  • We richten ons nu heel erg op mensen die van een 5 een 6 kunnen worden; maar we moeten ons ook richten op mensen die van een 1 een 2 of van een 3 een 4 kunnen worden;
  • Sociale ondernemingen zouden meer op zorg gericht moeten zijn, nu veelal duurzaamheid;
  • Meer aandacht voor voeding door de professional, ouderen besparen hier vaak op, waardoor ondervoeding dreigt.

Het Kennisnetwerk Amsterdam gaat met deze aanbevelingen concreet de boer op om deze onder de aandacht te brengen van verantwoordelijke professionals en bestuurders.

Inger besluit de bijeenkomst met een hartelijk dank aan het panel en het publiek voor ieders inbreng en nodig iedereen uit om na te praten bij de borrel.

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+