Verslag

Terugblik: Grenzen aan Vrijwilligerswerk

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

14695405_689025164588727_3158174708766573860_n
In een ruimte bij gastheer Spirit Jeugd & Opvoedhulp verzamelden zich vrijwilligers, professionals en vrijwilligersorganisaties om met elkaar te praten over de grenzen van vrijwilligerswerk. Tijdens de bijeenkomst, georganiseerd door het Kennisnetwerk Amsterdam samen met de Vrijwilligerscentrale Amsterdam (VCA), Humanitas Amsterdam en Diemen en Spirit, wordt het publiek van harte uitgenodigd om van meet af aan mee te doen aan het gesprek.

Allereerst vraagt moderator Guus Staats zich af of er sprake is van ‘de nieuwe vrijwilliger’? Vanuit de zaal wordt bezwaar gemaakt op de term nieuwe vrijwilliger versus de oude professional. Het is een toename in de vraag naar vrijwilligers, niet een ‘in plaats van’. Deze vraag vergt dat er goede begeleiding voor de vrijwilligers is en voldoende kennis.

Corina de Feijter , voorzitter Humanitas Amsterdam en Diemen, geeft aan dat het trainen van vrijwilligers bij hen heel serieus wordt genomen. Het vergt immers wel wat van de organisatie om in te spelen op de vraag naar vrijwilligers en de kunde die daarvoor nodig is. Pim Zoetelief, informele zorg bij Spirit Support, voegt daar met klem aan toe dat vrijwilligers in de zorg geen sociale verzorgers (moeten) worden. Daar moeten organisaties erg opletten.

Martijn van Dynamo schetst een situatie vanuit zijn (buurtparticipatie) werk. Daar komt hij in aanraking met veel oudere mensen. Deze oud buurtbewoners pakken veel zelf op. Hij merkt dat sommige buurtbewoners je als professional als concurrent zien. Vooral als er sprake is van geheimhoudingsplicht. Grenzen kunnen vaag zijn. Er is een groot grijs gebied. Het is aan de professional om deze grens te bewaken en de vrijwilligers hierin te ondersteunen.

Meneer Druijf ziet dat de vraag naar vrijwilligerswerk steeds meer toeneemt en het werk van de professional aan het afnemen is. De druk en opdracht van de vrijwilliger is te groot. Die druk kunnen zij niet aan.

Maar aan de andere kant wordt er ook steeds meer gevraagd vanuit de vrijwilliger zelf, aldus Kallan Zarina (Participatieraad). Het blijf moeilijk in te schatten wat hun verwachtingen zijn. Afspraken zijn belangrijk, maar ze blijven vrijwilliger en kunnen elk moment besluiten om te stoppen.

Maarten Schallenberg (ministerie VWS) vertelt dat de gangbare definitie van vrijwilligerswerk al heel lang gebaseerd is op drie pijlers: werk dat in enig georganiseerd verband plaatsvindt, onverplicht en onbetaald wordt, verricht ten behoeve van anderen of de samenleving. Je ziet vacatures voorbij komen voor vrijwilligers voor 30 uur per week. Je kan je afvragen of dit nog wel vrijwilligerswerk is. Waar is het verschil met een betaalde functie. Dit zijn vage kaders waar we mee te maken hebben.

Maribi Gomez van de Vrijwilligerscentrale Amsterdam geeft aan dat je dit vaker ziet. Het Rijksmuseum die bijvoorbeeld een PR medewerker heeft ontslagen en een vrijwilligersvacature plaatst voor 40 uur per week. Zij hebben zelf ook voor een fysiotherapeut de vraag gehad voor een vrijwillige receptionist.

Abdelhamid Idrissi (Studiezalen) vertelt hoe zij met vrijwilligers te maken hebben. Ze zijn in 2010 gestart met één locatie in Nieuw-West/ Slotermeer, waar leerlingen een rustige plek aangeboden krijgen om zichzelf te ontwikkelen. De bemensing wordt gedaan door een vaste kracht en vrijwilligers. Momenteel hebben ze 14 locaties in Nieuw-West. En dat gaat heel goed. In de buurt. En ze zijn momenteel met het stadsdeel in overleg welke buurten het meest gebaat zijn om een studiezaal te openen.

Ze hebben gemerkt dat de armoede problematiek veel groter is dan wat ze in 2010 hadden ingeschat. De armoede is enorm, op sommige plekken is dat 86%. Zo moest een leerling bijvoorbeeld slapen in de keuken. Vrijwilligers moeten dit automatisch melden bij de professionals. Je kan niet verwachten van de vrijwilligers dat zij het aanspreekpunt zijn. De rol van gastheer/vrouw is al zwaar genoeg.

Paulien Mulder (Hulpdienst Buitenveldert) heeft een vergelijkbare situatie. De vrijwilligers zijn verantwoordelijk voor hun rol en taak – boodschappen halen, etc. Maar wanneer ze zien dat ze meer hulpvraag nodig hebben eisen we dat ze mij inschakelen zodat ik professionele hulp erbij kan roepen.

Spirit heeft de JIM (Jouw Ingebrachte Mentor) aanpak ontwikkeld. Het is een zoektocht naar welke vrijwilliger in het netwerk van de jongere deel kan uitmaken van de zorgverlening. Dus wij vragen iets anders bij de start van de verlening. Wij beginnen met te vragen aan de jongeren: wie kan jou daarbij helpen? Wie is de expert voor én van jou? We hebben gemerkt dat dit veel effectiever is. Zij denken dat hun ouders vaak het probleem zijn of dat ze geen hulp nodig hebben.

Dus we gaan eerst gericht op zoek naar JIM – en dus niet een aangemelde vrijwilliger. Het is iemand die de jongeren al kennen. Er ontstaat een driehoek tussen Spirit, JIM en de jongere. We vragen dan ook echt aan JIM wat de beste manier van aanpak is. We zetten onze deskundigheid niet aan de kant maar we gebruiken JIM om af te stemmen wanneer het in te zetten.

Maribi, voorzitter van Vrijwilligerscentrale Amsterdam, vindt dit nogal pittig klinken en op mantelzorg lijken. Daarnaast durf je vanuit een positie binnen de familie misschien geen ‘nee’ te zeggen.

Dit wordt gecorrigeerd vanuit Spirit. Van zo’n JIM krijgen ze vaak te horen dat ze blij zijn dat ze kunnen helpen. Want ze zaten met hun handen in het haar en wisten niet wat ze konden doen. Maar de zoektocht van JIM gaat niet over één nacht ijs. Er is in zekere mate ook sprake van een by-stander effect. Niemand doet wat omdat niemand wat doet. Wanneer iemand wel helpt zien ze dat er vaak meerdere mensen bijspringen.

Iemand van Gemeente Amsterdam wil benadrukken dat in ingewikkelde situaties de zorgverlener altijd eindverantwoordelijke is. Het is ook belangrijk om bij het eigen personeelsbestand duidelijk te maken wat de rol van de vrijwilliger is. En wat de toevoeging is en dat ze niet werk weg zullen nemen. Vrijwilligerswerk begeleiden is ook echt een vak. Dat is ook iets waar we, als gemeente Amsterdam, met de zorgaanbieders over spreken.

Tot slot wordt door Maribi (VCA) gevraagd of vrijwilligersorganisaties alleen maar witte bolwerken zijn? Abdelhamid (Studiezalen) geeft aan dat het verschilt. Bij hem is er een mooie diversiteit. Maar hij waakt wel op eentonige groepen en probeert achtergrond, opleiding, etc. te mixen.

Maribi: Ik vind dat dit een aandachtspunt moet blijven. Kijk maar naar deze zaal. Terwijl ik weet dat er veel mensen met een autochtone achtergrond zoveel vrijwilligers werk doen.

Iemand vanuit ViiA werk in Zuidoost en herkent dit niet. Zij werken met een hele diverse groep maar krijgen af en toe wel een specifieke aanvraag. Voor Humanitas hebben ze gemerkt dat bij een project met kinderen met overgewicht, de achtergrond niet uitmaakte, maar wie ze waren. Zolang ze basketbal maar leuk vinden.

Theo Schut (Humanitas) vraagt de zaal voor hun vijf beste tips om hun bestuur meer kleur te geven. De aanwezigen stellen samen de volgende lijst samen:

  • Open staan. Het feit dat je het wil en dat kenbaar maken. Schreeuw het van de daken,
  • Ga opzoek naar rolmodellen,
  • Interne trajecten en doorstroming,
  • Maak gebruik van via-via netwerk,
  • Laat de selectiegespreken niet door blanke groepen doen. Je selecteert jezelf namelijk,
  • Laat mensen ook ervaring opdoen in het bestuurswerk – stel het open. Stage lopen,
  • Cabo houdt op met te bestaan – dit is een potentiele pool om uit te vissen,
  • Mensen met verschillende achtergronden maken gebruik van verschillende kanalen. Houdt hier rekening mee.

De zaal concludeert dat er voldoende reden is om in de toekomst verder op door te gaan en zet het gesprek informeel voort tijdens de netwerkborrel van Kennisnetwerk Amsterdam.

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+