Verslag

Verslag Stadsconferentie De (on)veilige stad

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

 

Op 23 november waren er veel verschillende mensen bijeen in het Polanentheater in de Spaarndammerbuurt voor de Stadsconferentie De (on)veilige stad. Na een inventarisatie door dagvoorzitter Kirsten van den Hul blijken er vertegenwoordigers van de gemeente, woningcorporaties, politie, welzijnsinstellingen en scholen aanwezig te zijn. Maar ook leden van bewonersverenigingen en de gemeentelijke Kinderombudsman zitten in het publiek.

De conferentie trapt af met een presentatie door criminoloog Marc Schuilenburg (Vrije Universiteit). Schuilenburg concentreert zijn betoog rondom het begrip ‘positieve veiligheid’: hoe kan de veiligheid nog meer worden verhoogd door andere middelen dan het handhaven van de wet? Om hier te komen, duikt Schuilenburg eerst de geschiedenis is. Volgens hem leven we in een bijzondere tijd. Objectief is Nederland de afgelopen jaren veel veiliger geworden, toch voelen we ons onveiliger. Deze angstgevoelens komen deels door de globalisering en grensoverschrijdende criminaliteit. Hierdoor hebben mensen het gevoel de controle te verliezen. En dit verschaft de staat de legitimiteit om – na decennia van zwakker optreden – weer sterker te worden. Dit blijkt deels door de taal die door de staat in beleidsdocumenten over veiligheid bezigt. Dit lijkt erg op oorlogstaal, met woorden als stadsmariniers, incidenten en aanpakken. Wanneer we het tegenwoordig over veiligheid hebben, hebben we het eigenlijk over onveiligheid. Maar de grenzen van wat repressieve instrumenten kunnen doen, zijn bereikt.

Meer handhaving, meer boetes en meer cameratoezicht gaan niet meer helpen. Positieve veiligheid wel. Hiermee bedoelt Schuilenburg een samenhangend geheel wat zorgt voor empathie en verbondenheid in een samenleving. Als voorbeeld noemt hij projecten in Canada waarbij agenten ook positieve boetes moeten uitdelen, bijvoorbeeld wanneer je netjes voor het stoplicht wacht. Of een project in Den Haag waarbij basisschoolleerlingen met agenten op stap gaan om mensen te wijzen op het gevaar van openstaande ramen in hun huis. Dit soort relatief kleine projecten kunnen een groot effect hebben, doordat zij voor een verbondenheid tussen bewoner en politie en bewoners onderling zorgen. Er zijn sterke bewijzen dat dit type maatregelen veel beter werkt dan nog meer repressieve maatregelen, maar politici vinden het lastiger om electoraal te verkopen. Daardoor zouden we allemaal in onze eigen organisatie de taal van positieve veiligheid moeten inbouwen.

Na dit inspirerende betoog gaan de deelnemers uiteen in vier verschillende deelsessies, om concreet verder te praten over veiligheid in hun eigen praktijk. De korte uitkomsten van iedere deelsessie zijn:

Veiligheid door de ogen van leerlingen

Twee leerlingen van het Montessori Lyceum Amsterdam vertellen dat in hun groep het zinnig was om met veel verschillende mensen naar elkaar te luisteren. Alsof de hele stad meepraat. Ideeën om de veiligheid op school te verhogen zijn: laat alumni met een goede baan in de klas vertellen hoe het vroeger was; projecten tussen scholen organiseren waarbij verschillende leerlingen elkaar leren kennen; kweek onderling begrip en begrip voor de wereld om ons heen. Jan-Mattijs Heinemeijer van het Calandlyceum vult aan dat we ook vaak de wereld om ons heen bezien vanuit onze Westerse blik, maar dat dit wellicht niet altijd aansluit bij de blik van de leerlingen. Daar moeten we wat mee.

 

Huiselijk geweld

Tijdens deze deelsessie gaven GZ-psychologen Judith Yntema (FamilySupperters) en Lotte Soeters (Bascule) een workshop over de laatste inzichten over samenwerking rondom huiselijk geweld. In de terugkoppeling gaven zij aan dat er vooral veel aandacht voor dilemma’s was: hoe zie je signalen, hoe weet je wanneer je niet te lang moet wachten, kun je het ook eens worden met elkaar? In hun optiek is het van belang om na het oppikken van signalen niet te lang te wachten en snel te zorgen voor een veilige situatie. Vanuit die veiligheid kan gebouwd worden aan stabiliteit. De Kinderombudsman vult aan dat er vaak gesproken wordt over communicatie tussen ketenpartners, maar dat communicatie mét ouders en kinderen minstens zo belangrijk is.

 

Radicalisering

De deelsessie radicalisering gaf vanuit verschillende kanten (gemeente, jeugdzorg, ervaringsdeskundige) inzicht in hoe we daarmee om kunnen gaan. Mounir Dadi van het Meldpunt Radicalisering licht toe dat zij ook duidelijke keuzes maken waar ze het niet over hebben. De gematigde Islam wordt niet ingezet om de radicale Islam de bestrijden, bijvoorbeeld. Doordat we in Amsterdam radicalisering vanuit de gemeente aanpakken en niet vanuit de politie, is er ook veel meer in preventieve zin mogelijk. Mohammed Moumame (Spirit) geeft aan dat de taal die gebruikt wordt positief is. En dat maatwerk – zoals op zoveel plekken, maar vooral ook hier – essentieel is.

 

Veiligheid in de buurt

Adviseur Annerieke Coenraads heeft in deze deelsessie een innovatief project in Amsterdam-Noord toegelicht, waarbij de overlast die een groep mensen in een park is opgelost. Dit lukt via kleine ingrepen in het park zelf en het stimuleren van betrokkenheid van en met de buurt. Annerieke geeft tips hoe dit ook op andere plekken gedaan kan worden, onder andere: zorg ervoor dat je lol hebt in je werk, ga ervan uit dat sommige bewoners verkeerde dingen gaan doen, kijk naar wat mensen bij te dragen hebben als mens en niet vanuit hun functie en ga vooral naar buiten, het park in en praat met Jan en alleman.

Na deze interessante terugkoppelingen is het tijd voor de afsluiting van de middag, door woordkunstenaar Atta de Tolk.

Tot slot nodigt Kennisnetwerk Amsterdam-bestuurslid Jan Hoek iedereen uit om verder te praten en te netwerken tijdens de borrel.

 

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+