Verslag

Verslag: Zorg om Wonen

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

Moderator Jan Hoek heet de aanwezigen welkom bij het stadsgesprek Zorg om wonen. Het stadsgesprek vindt plaats bij De Alliantie in de Watergraafsmeer, waarvoor hartelijk dank!

Dit is het eerste gesprek in een lange reeks, onderweg naar de gemeenteraadsverkiezingen. Het Kennisnetwerk Amsterdam organiseert in 2017 acht van zulke gesprekken, telkens over groepen die moeilijke de aansluiting met de samenleving vinden. Vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 leggen we oogst van die bijeenkomsten voor aan politici.

Vandaag gaat het over zorg om wonen. Mensen die meer zelf moeten doen, langer thuis moeten blijven wonen of juist vanuit begeleid wonen weer zelfstandig gaan wonen. Het publiek speelt de hoofdrol in het gesprek dat we daarover gaan hebben, maar ter inspiratie hebben we toch twee inleiders.

Paul Assenberg, directeur HVO Querido
Paul begint met enkele citaten van cliënten en medewerkers die hoop en toekomst voor cliënten weerspiegelen doordat zij nu weer goed wonen, en dat betekent dat je weer onderdeel van de samenleving bent. Het inzetten op een volwaardige woonomgeving betekent mensen weer insluiten. Cliënten willen zelf ook als volwaardige burger gezien worden. Dit is een nieuwe ontwikkeling. Maar waar komen we vandaan? Vroeger zonderden we mensen af in buitengebieden. Vanaf de jaren ’80 vonden we dat inhumaan. Daar kwam begeleid en beschermd wonen in de wijk voor in de plaats. Deze woonvormen leidden wel tot bescherming van individu en samenleving, maar ook door uitsluiting en afhankelijkheid. Sinds een jaar of tien, is de gedachte dat mensen geïntegreerd in de wijk moeten wonen, als volwaardig onderdeel. Vanuit dit inclusieve idee zijn we tien jaar geleden met Housing First begonnen: juist vanuit een goede woonvoorziening kun je met een behandeling beginnen, en niet omgekeerd. De gemeente heeft de ambitie om voor 1.000 kwetsbare Amsterdammers woonvoorzieningen aan te bieden, midden in de buurt. Dit vraagt wel aanpassingen van ons: burgers, de buurt, politie, maatschappelijke organisaties. Dit vraagt om een netwerk waar we vragen en antwoorden bij elkaar durven neer te leggen.

Egbert Dekker, manager vastgoed De Alliantie
Bij De Alliantie is de wereld wat omgeslagen de afgelopen periode. We kantelen van een bedrijf met een brede verantwoordelijkheid, naar het beschikbaar stellen van woningen voor doelgroepen. We zijn tegenwoordig alleen voor sociale huurwoningen. Dat vergt aanpassingen aan ons bezit en in het bedrijf. En dat is in Amsterdam kwadratisch aan de orde: de druk op de markt is in Amsterdam heel erg hoog. Zorg in de buurten is ook onze zorg. We moeten vooral ook inzetten op onze bestaande voorraad: hoe kunnen we die zo inzetten dat we daar ook andere doelgroepen kunnen huisvesten. Maar ook: als de ene kwetsbare doelgroep er niet meer woont, kan een andere er dan ook wonen? Dat zorgt voor een gespikkelde spreiding van het bezit. Dat vergt inderdaad samenwerking. Hoe weten we elkaar te vinden, ieder in z’n eigen rol. Hoe gaan we die samenwerkingen insteken? Maar ook: hoe faciliteren we wooncoöperaties en andere nieuwe woonvormen?

Jan: Het ideaal dat er niks misgaat wanneer bijvoorbeeld een verward persoon in de buurt komt wonen, bestaat niet. Een crisis zal altijd blijven. Maar naar welk ideaal streef je wel?
Paul: Door steeds meer wijkgericht te werken proberen we de crisisopvang zo goed mogelijk te maken. Dat is nu nog onvoldoende en dat gaan we beter doen door middel van een betere crisisketen, waarin we samenwerken met elkaar.
Egbert: De samenwerking met de gemeente en steeds meer gebiedsgericht werken, betekent dat we concreter doelstellingen met elkaar definiëren. Dat draagt bij aan een beter doelgroepenbeleid. Maar er moeten wel voldoende woningen zijn. We hebben zoveel doelgroepen, plus nog mensen die niet tot een doelgroep behoren.

Vanuit het publiek komt de vraag: Waar staan jullie met het gebiedsgericht werken?
Paul: In alle stadsdelen worden zorgallianties ontwikkeld. In die allianties kunnen we heel gericht voor een gebied specifieke focus ontwikkelen.
Vanuit het publiek: Mooie plannen voor de komende vijf jaar. Maar hoe kijken jullie tegen hoarding en woningvervuiling nu aan? Hoe pakken we dat gezamenlijk aan?Egbert: door in te zetten op een steviger positie van gebiedscoördinatoren, dat houdt in dat we dichterbij zijn en meer zien.

Vanuit het publiek: Welke disciplines komen in die zorgallianties?
Paul: Verbindingen van allerlei zorgorganisaties. Welzijn, schuldhulpverlening, formele en informele zorg. Eerste signalen van een hulpvraag willen we zo vroeg in het oog kijken.

Jan: Wie in de zaal heeft er ervaring met samenwerking?
Een medewerker van De Alliantie: Er zijn zoveel mogelijkheden om samen te werken, dat je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Het is maar net aan welk touwtje je trekt. En veelgehoorde klacht is ook dat het Meldpunt Zorg en Overlast niet altijd goed terugkoppelt, onder meer door privacy. We hebben een zorgvraag én een woonvraag. Hoe ga je dat dan koppelen? Hoe weten corporaties dat er een hulpvraag is en of die heel urgent is? Maar ook: hoe kun je vanuit een zorginstelling denken: ik heb bepaalde woningen nodig voor een doelgroep, aan welke eisen moeten die voldoen? De winst zit ‘m erin om goed te weten bij wie je voor wat moet zijn. De gemeente zou daar een aansturende rol in kunnen hebben. Misschien niet zelf doen, maar wel stimuleren.

Vanuit het publiek is men er niet van overtuigd dat één sociale kaart voor Amsterdam werkt, maar misschien wel lokaal, doordat je in elk gebied andere initiatieven hebt.Volgens Paul is de kracht van de zorgallianties is juist om via gebiedsgericht een levende sociale kaart te ontwikkelen.
Een medewerker ouderenhuisvesting:
 Je moet wel weten wie welke verantwoordelijkheden heeft. Je kunt dus niet zomaar iets in kaart brengen.
Een medewerker van De Key: Je moet het kleiner maken, gewoon kleine ontmoetingen tussen mensen, en van daaruit kun je breder gaan.

De doelstelling om in drie maanden iemand in een goede woning te plaatsen, dat lukt niet. Het zijn twee discussies: je moet voor kwetsbare groepen woningen vrijmaken, maar ook voor anderen die lang wachten.
Een medewerker van het Leger des Heils: Wij hebben in 2016 15 van de 130 beloofde woningen gekregen. Dat lukt dus niet.
Een medewerker van Kennisland: We hebben een experiment in Amsteldorp gedaan, een buurt met veel ouderen die al lang daar wonen. Mensen zijn niet erg bereid om te verhuizen en kijken ook niet vooruit. Waarom bekijken we niet een woongebied als eenheid, met onderling makkelijk ruilen van woningen? Dan kan de mevrouw op 2 hoog naar een benedenwoning en het gezin van de benedenwoning naar 2 hoog. Met ook gelijkblijvende huurprijzen.

Jan: Waarom verkopen corporaties zoveel woningen?
Egbert: Wij gaan het komende jaar fors minder woningen verkopen. Maar soms moet het, omdat we met de opbrengsten ook andere dingen kunnen doen. En de andere corporaties gaan ook minder verkopen. We kijken ook of we vrije huisvesting naar sociale huisvesting kunnen krijgen.
Jacqueline van Loon van !WOON:Er is al langer ook behoefte aan gemeenschappelijke woonvormen, niet alleen woongroepen, maar ook samenleven rondom zorgbehoeften bijvoorbeeld. Locaties zijn het grote struikelblok.

Vanuit het publiek komt de vraag: wat als iemand nou afdoende woonduur heeft opgebouwd en een huurwoning krijgt, maar deze persoon heeft ‘wel een dossier’, en de corporatie weet daar niks van?
Paul: Dan is dat het recht van het individu om ergens te gaan wonen.

Een tegenvraag is: moet je dan als zorginstelling dat melden aan de corporatie?
Vanuit het Leger des Heils: Als hulpverlener zijn we veel te veel gewend om informatie te delen. We moeten daar waakzaam voor zijn.
Een opmerking vanuit het publiek: Maar als iemand meteen weer op straat staan doordat het misgaat, dan hebben mensen daar niks aan.

Jan: Hoe betrekken we de cliënten er zelf bij?
Ada Bolder van De Latei: Er zijn veel groepen door cliënten zelf gevormd, die vervolgens zorgaanbieders of corporaties benaderen.
Vanuit De Key: We moeten ook nadenken over wat kwetsbare groepen kunnen bijdragen aan de wijk? Bijvoorbeeld voor eenzame ouderen, boodschappen doen voor mensen die moeilijk te been zijn, etc.

Jan: Is de stad Amsterdam wel klaar voor al die kwetsbare mensen? En Amsterdammers zelf? Kunnen zij omgaan met die gekke buurman.
Vanuit het publiek: Doordat corporaties alleen nog maar sociale huurwoningen mogen doen, komen kwetsbare groepen alleen nog maar in sociale huur terecht. Dus vrije huur en koop heeft er ‘geen last van’. Dat zorgt voor een grotere tweedeling.
Een wooncoach: Een andere doelgroep is ook nog grote gezinnen. Deze gezinnen verhuizen niet door naar een grotere woning, want dan wordt de huur ook hoger.

 

Tot slot concludeert Jan Hoek dat we het volgende hebben besproken:

  • Elkaar verbinden en samenwerken is de doelstelling, maar ook een hele klus.
  • Een centraal punt waar informatie over wie-wat-waarvoor te vinden is, zou goed zijn. Maar als dit niet op tijd lukt, dan ook een eigen verantwoordelijk om dit in eigen kring op te zetten.
  • Over de grote ambitie om woningen beschikbaar te maken, zijn we gemengd: van onmogelijk tot het lukt wel. Corporaties hebben een duidelijk verhaal over hun strategie.
  • Er is ook veel laaghangend fruit, kleine dingen die goed verholpen kunnen worden, als we elkaar net wat beter weten te vinden.
  • Eén heel moeilijk punt in dit dossier: ons best doen voor de ene groep, levert een moeilijkheden op voor een andere groep, want een woning kan meer één keer worden vergeven.
  • Voor een gesprek is ook het cliëntenperspectief noodzakelijk, laten we dat als vertrekpunt nemen voor ons werken.
  • Eenzaamheid is een belangrijk punt. Gaat dat lukken als je zelfstandig moet zijn.

 

* Een deel van de bijeenkomst is opgenomen met Facebook live. Deze kan je hier terug vinden.

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+