Verslag

Verslag Stadsgesprek De Amsterdammer van morgen

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

Moderator Jan Hoek heet de aanwezigen van harte welkom bij dit tweede stadsgesprek in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Iedere maand organiseert het Kennisnetwerk Amsterdam een bijeenkomst over hoe we als Amsterdammers met elkaar kunnen samenleven en wat de rol van de professional daarin is. Vandaag hebben we het over de Amsterdammer van morgen: jongeren. Hoe zorgen we ervoor dat – kort door de bocht – zowel de jongere uit Zuid als uit Nieuw-West uitgedaagd wordt om volwaardig mee te draaien in het diverse Amsterdam dat we kennen.

Om de gedachten te prikkelen geeft Jan het woord aan Rob Oudkerk, voorzitter van het OSVO. Rob begint met de constatering dat Amsterdam een heel gesegregeerde stad is. Bijvoorbeeld met de Tweede Kamerverkiezing is er heel gesegregeerd gestemd: DENK de grootste in Nieuw-West, de PVV in Noord, D66/ GroenLinks in Centrum en Zuid en Artikel1 heel groot in Zuidoost. Ook als huisarts in de Kinderbuurt zag Rob de sociaaleconomische gezondheidsverschillen tussen mensen aan de ‘goede kant’ en de ‘slechte kant’ van het Vondelpark. Ook op scholen is Amsterdam gesegregeerd. Het Hervormd Lyceum Zuid is wit, het Calandlyceum is zwart. Echter, de resultaten van het gymnasium op het Calandlyceum het beter dan die van het Hervormd Lyceum Zuid. En toch willen witte ouders hun kinderen niet naar het Caland sturen.

Rob vervolgt met de vraag wat de nieuwe Nederlandse identiteit is? Hij heeft zich nooit Nederlander gevoeld, maar altijd Amsterdammer. Willen we in Amsterdam bijvoorbeeld een Islamitische school? En wat kunnen we in het klein doen om iedereen zich Amsterdammer te laten voelen? De verandering gaat volgens Rob niet komen van dramatische systeemwijzigingen, als het afschaffen van artikel 23 van de Grondwet (Onderwijsvrijheid); maar van kleine stapjes die we zelf kunnen zetten.

Vanuit het publiek komt de opmerking dat beeldvorming zo ontzettend belangrijk is. Het beeld is: witte jeugd deugt, bruine jeugd niet. Dat is niet waar, maar het beeld is wel zo. Ook in het onderwijs is beeldvorming een probleem. Mensen nemen ook niet de tijd om elkaar te leren kennen.

Vanuit het ROC van Amsterdam komt de opmerking dat kinderen uit Zuidoost het stadsdeel niet uitgaan. Zij doen alles daar en weten bij wijze van spreken niet wat een gracht is. Vanuit de UvA komt de opmerking dat we ook mogen kijken hoe we kinderen uit Zuid dat stadsdeel uitkrijgen. Integreren komt van twee kanten. Maar ook: hoe kunnen we ‘blanke plekken’ minder blank maken?

Vanuit het ministerie van VWS komt de opmerking dat uit onderzoek blijkt dat er een groot verschil is in stageplekken op het MBO. Gechargeerd: Fatima gaat bij de Turkse groentewinkel stage lopen en Anneloes bij een bank.

Vanuit het Combiwel wordt opgemerkt dat dit allemaal terug te voeren is op angst voor het onbekende, dat houdt ons uit elkaar. Scholen moeten ook uitstralen dat iedereen welkom is.

In Zuidoost is bij het ROCvA ook armoede een groot probleem: arme gezinnen kunnen vaak de boeken niet betalen en het boekenfonds van de gemeente is maar tot 18 jaar.

Jan stelt vast dat segregatie op veel verschillende niveau’s plaatsvindt: arm/ rijk, blank/ zwart, hoogopgeleid/ laagopgeleid, Islamtisch/ niet-religieus. Dat vraag is of het erg is?

Het is erg, want het zorgt voor kansenongelijkheid, maar ondermijnt ook ‘één Amsterdam’ en zorgt op termijn voor de neergang van de stad.


* Facebook Livestream (klik hier om terug te kijken)

Wat zijn concrete oplossingen?

Waarom wonen mensen niet meer door elkaar? Vanuit De Key komt het geluid dat zij overal woningen hebben, maar dat mensen er zelf voor kiezen om binnen hun eigen etnische groep te wonen.

Rob draagt de gedachte aan dat we in Amsterdam vooral brede schoolgemeenschappen moeten hebben.

En waarom bieden verschillende scholen niet sommige onderdelen gezamenlijk aan? Dus gym, muziek en theater gezamenlijk tussen het Barlaeus en het Calvijn met Junior College. Het moet weer normaal zijn om anders te zijn. De ongemakkelijkheid moet weg. Daarbij is op school het pedagogisch klimaat heel belangrijk: iedereen moet zich welkom en veilig voelen.

Jan Hoek rondt af en concludeert dat segregatie veel verschillende gezichten heeft. Dit is erg, want dit werkt ongelijke kansen on de hand en als we elkaar te weinig kennen ondergraaft dat op termijn Amsterdam. Wat kan het onderwijs hieraan doen? Ten eerste moet op iedere school iedereen zich welkom voelen; dat geldt voor iedere school en dat is hard werken. Daar begint de toekomst. Ook zouden verschillende scholen sommige vakken of projecten gezamenlijk moeten aanbieden. En daar wordt geen ‘ontwikkelingssamenwerking’ mee bedoeld – maar echt samen oppakken. En, ten derde, hoe kun je de kansen eerlijker verdelen? Bijvoorbeeld om diversiteit ook mee te laten tellen bij de loting door het OSVO. Deze punten nemen we mee als input naar het lijsttrekkersdebat in 2018. Bij de borrel wordt hier ook nog even over nagepraat en blijkt het onderwerp maar moeilijk los te laten te zijn.

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+