Verslag

Verslag Stadsgesprek Meedoen met een beperking

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

Moderator Jan Hoek heet de aanwezigen van harte welkom bij deze derde aflevering in een serie van acht, waarin we iedere maand kijken naar een deel van de samenleving dat minder makkelijk mee kan komen in het succesvolle Amsterdam van nu. De serie werkt toe naar een lijsttrekkersdebat voor de gemeenteraadsverkiezingen begin 2018, waarin we de uitkomsten van de bijeenkomsten voorleggen aan de lijsttrekkers.

Het Stadsgesprek vandaag organiseren we samen met De Omslag, project- en netwerkorganisatie voor vraagstukken over participatie werk.

Ook de locatie vandaag is bijzonder: kunstuitleen en galerie Beeldend Gesproken, waar kunst van professionele kunstenaars met een psychiatrische achtergrond tentoon wordt gesteld.

Jan Hoek: het thema vandaag is meedoen met een licht verstandelijke beperking. Een belangrijk thema, maar ook een moeilijk thema. Vandaag gaan we enerzijds met Lisa Sandbergen (Cordaan) en Nita Dors (gemeente) verkennen over wie we het precies hebben en anderzijds gaan we met zelfstandigen Erwin Wieringa en Jaap Prummel na wat we als professioinals deze mensen te bieden hebben. En het publiek mag altijd meepraten!

Lisa Sanbergen vertelt over de Vierde Verdieping van Cordaan, dit is een veilige plek voor mensen met een LVB en bijkomende problematiek om weer op adem te komen. Mensen komen hier vanuit bijvoorbeeld dakloosheid of detentie, maar ook omdat het thuis niet meer ging. Wij geven mensen een kader en hebben lang de tijd voor ze, wanneer ze doorstromen binnen Cordaan, of bijvoorbeeld naar een begeleid wonen project.

Nita Dors werkt voor de gemeente Amsterdam en geeft training aan ambtenaren in het herkennen, erkennen en communiceren met mensen met een niet-zichtbare beperking, en dan meestal kwetsbare mensen. Ook geeft zij trainingen aan ‘de doelgroep’ zelf, om beter met ambtenaren om te kunnen gaan. Nita is op missie: “…wij met z’n allen hier bij elkaar moeten beseffen dat we de wereld op onszelf hebben ingericht, maar voor een boel andere mensen ook niet. En wij moeten onszelf aanpassen, en niet de anderen. Wij blijven overvragen. Daarom worden mensen boos en verdrietig.” Nita heeft nu zo’n 1.000 ambtenaren getraind, en dat is nog veel te weinig!

Maar over wie hebben we het nou?

Lisa: het lastige is dat de meeste mensen niet erkennen dat ze een beperking hebben. Wanneer mensen bij ons komen, dan weten ze wel dat ze wat hebben. Maar echt erkennen is nog wat anders, dat brengt ook rouwverwerking met zich mee. Onze mensen hebben ook een lage sociaal-emotionele ontwikkeling. Hoe ga je met hen het gesprek aan dat ze een laag IQ hebben? Zo’n gesprek is heel moeilijk. We werken met hele kleine doelen, stapje voor stapje.

Dus vandaag hebben we het over mensen met een licht verstandelijke beperking, een IQ van 50 – 85 plus een beperkte sociaal-emotionele ontwikkeling, met bijkomende problematiek?

Een indeling in IQ is sowieso lastig, iemand met een IQ van 130+ kan ook aanpassingsproblemen hebben. Het gaat erom dat je ziet dat iemand je niet begrijpt en dat je je communicatie moet aanpassen.

Wat zijn de signalen?

Te laat of nooit opkomen, zonder papieren naar de gemeente komen, kort lontje, eigenlijk nooit een opleiding gehad, veel baantjes gehad. En dat weet je niet na één gesprek, daar is tijd voor nodig.

Nita vertelt over haar werk bij de gemeente Amsterdam. Bij de gemeente is het anders, de mensen die daar langskomen zijn niet gediagnostiseerd. Aan hen zie je op het eerste gezicht niks. Maar je herkent ze wel: de mensen met de tattoos, een grote bek, die direct eisen stellen, moeite hebben met het interpreteren van lichaamstaal. Boze mensen, verdrietige mensen, mensen die enorm veel informatie over je uitstorten, dat zijn allemaal signalen. Mensen vertellen pas alles wanneer ze zich veilig voelen, en dat kost tijd. Maar alles moet snel. En je moet open vragen stellen, doorvragen en oprecht geïnteresseerd zijn. Ik houd ambtenaren een spiegel voor; laat hen vanuit de eigen praktijk met voorbeelden komen.

Rondvraag in de zaal leert dat een kwart een training zoals die van Rita heeft gehad.

Nita: veel ambtenaren kampen met een tijdtekort. Er is heel weinig tijd voor een case. De gemeente probeert dat nu wel aan te passen. Zodat er ruimte voor contact komt. En voor mensen die het wel kunnen, gaan we meer digitaal doen.

Lisa: een goede schifting zou kunnen zijn: mensen die nooit op een brief reageren die moet je extra begeleiden. Geen echte diagnose, maar wel en werkbare schifting.

Nita: we hebben het ook over ouderen die digitaal minder goed mee kunnen doen, en ook over andersgeletterden.

Een medewerker van de gemeente: we proberen ook te veranderen. Inmiddels sturen we een brief aan mensen met de vraag: hoe gaat het met u? In plaats van meteen in de procedures te vervallen.

Zien we in andere werkkringen ook veranderingen?

Een welzijnscoach van ABC: er is gewoon heel weinig tijd voor een gesprek. Mensen met een LVB en GGZ lopen daar tegenaan. Mensen komen daardoor niet meer, worden boos. Daar mag echt wat aan veranderen.

Een medewerker van Dynamo in Oost: wij lossen het anders op. We laten vrijwilligers mensen opvangen bij de inloop, die vragen waar mensen voor komen, hebben de tijd. En als vrijwilligers merken dat er wat aan de hand, dan haalt de vrijwilliger er een meer specialistische professional bij.

Een medewerker van ABC: wat goed werkt, zijn laagdrempelige maaltijden, stamtafels. Daar komen zo’n 25 mensen per keer op af. We geven wat informatie over leuke dingen, maar ook wat zwaardere informatie. Mensen blijven ook terugkomen, het biedt wat vertrouwds.

Een ervaringsdeskundige: ik kom daar ook graag, vertrouwdheid is belangrijk, ook met de mensen die er werken. Ze vragen niet naar je problemen, maar door de vertrouwdheid vertel je er zelf over.

Jan concludeert het lastig blijft om mensen met een LVB te herkennen, dat het misschien ook niet nodig is om in gesloten hokjes te denken. Maar dat er wel signalen zijn waaraan we kunnen herkennen dat iemand het niet begrijpt en we dus wat anders moeten doen

We gaan nu naar het tweede deel van het Stadsgesprek: wat hebben we als professionals mensen te bieden, met Erwin Wieringa en Jaap Prummel.

Erwin: ik werk al heel lang met deze mensen, over het algemeen met mensen die zichzelf wat aandoen. Als je dat langer bekijkt, dan zie je dat dit de ultieme manier is om te protesteren tegen je leefomgeving. Inmiddels ben ik er ook achter dat de normale zorg niet werkt. Ik heb lang in Amerika gewerkt, daar zijn ze al veel verder met het betrekken van iedereen bij de samenleving, met elkaar, op een zinnige manier. In Engeland hebben ze dat opgepikt door ook kleine ondernemers in de buurt in te zetten, de sigarenboer die extra op een verward iemand let. Je moet gekend zijn in een vertrouwde omgeving, het kweken van duurzame positieve relaties. Als je dat niet voor elkaar krijgt, dan ben je afhankelijk van externen, van vreemden, en dat gaat mis. Ook het Keyring project uit Londen is interessant, dat doen we in Amsterdam nu ook. Daar koppelen we mensen met een LVB in de buurt aan elkaar en aan een vrijwiller, zodat mensen op elkaar letten.

Ervaringsdeskundige: er is in Amsterdam ook het ‘Goede Burennetwerk’, waarbij je maatjes in de buurt kunnen vinden, dat werkt ook zo.

Jaap Prummel vertelt: ik blijf met mijn werk buiten het systeem. Puur als vrijwilliger heb ik een buurtkamer in de Baarsjes opgezet. Wel met subsidie, maar verder blijf ik zoveel mogelijk overal buiten. Ik organiseer daar ook een eetcafé in, gewoon mensen uit de buurt met of zonder een geregistreerde beperking. We vertellen elkaar daar verhalen, we hebben verder geen concreet doel, maar door de vertrouwdheid komt er van alles los.

Het gaat heel erg over tijd en aandacht. Maar de defintie wat iemand precies heeft, lijkt jullie niet zo uit te maken?

Erwin: het belangrijkste is de eenzaamheid, men voelt zich in de steek gelaten door het leven. Ik probeer stress omlaag te brengen door ook gewoon te praten met mensen, leuke dingen te dien.

Jaap: doordat mensen al heel lang labels opgeplakt hebben gekregen, is er vroeger veel ingevuld in hun leven. En dat is met de WMO wegbezuinigd. Dus blijft er nu een gatenkaas over. Vroeger ging de zorgprofessional mee om een koelkast te kopen. Dat was niet goed, maar als die professional wegvalt, moet je mensen wel weer leren om de buurman te vragen om mee te gaan.

Iemand uit het publiek stelt de vraag: het geld klotst in deze gemeente weer tegen de plinten. Waar moet het naartoe?

Erwin: wat ik wil veranderen hoeft geen geld te kosten. De gemeente moet met een heldere visie op mensen met een handicap komen. In de VS hebben ze inclusief onderwijs, men gaat met elkaar naar school. Hier is alles gescheiden, vanaf de lagere school al. Je moet overal 5% mensen met een LVB inzetten, dat dwingt de overheid.

Jaap: de dragende samenleving is met de WMO vergeten. Die moet alles opvangen, maar die is nauwelijks voorgelicht en ingelicht. De organisatie van het informele, daar is geen geld voor bedacht. Als ik subsidie aanvraag, dan moet ik meteen met kwaliteit en duurzaamheid komen. En dat kan niet met vrijwilligers.

Een adviseur van Stadsdeel Noord: er is een kanteling bezig van het zwaartepunt van zorg naar de huizen van de wijk. Maar dat gaat verder dan alleen een nieuwe locatie. We moeten zo snel mogelijk een verbinding maken naar het netwerk van bijvoorbeeld vrijwilligers in de buurten zelf, die wel tijd hebben. Maar wat moet er nog meer aan kanteling gebeuren?

Jaap: die kanteling is goed, maar lukt nog niet bij iedereen. Bij de instituties wordt nog niet genoeg aan scholing gedaan om de nieuwe werkwijze in te brengen.

Vanuit het publiek: niet elke professional kan ook die kanteling goed doormaken. Ik krijg ook door dat onze brieven nu zo vriendelijk zijn, dat klanten opbellen of het wel klopt. Dus ook klanten moeten die kanteling meemaken.

Een medewerker van WPI: zelfreflectie is ook heel belangrijk, bijvoorbeeld zoals de documentaire Schuldig. Je moet je afvragen: wat zou jij willen als je aan de andere kant zit?

Jan Hoek concludeert: ik vond dit best een lastig gesprek om te leiden. Het kost moeite om het lek boven krijgen, waar gaat het nu precies over? Misschien moet het inderdaad niet over exacte definities gaan, ik ben daar gaandeweg het gesprek zelf achter gekomen. Het gaat erom wat eigenlijk iedereen zou willen: dat als het niet goed met je gaat, er mensen voor je zijn die tijd hebben en oprechte aandacht. En niet vanuit een dogma of vanuit procedures, maar vanuit wat iemand nodig heeft. Maar door zo algemeen te denken, ontbreken er misschien wel specifieke dingen die nodig zijn voor mensen met een LVB. En díe spagaat, dat is moeilijk. We moeten tijd vrijmaken, open vragen stellen, oprechte aandacht hebben, doorvragen. En de hele wereld zou getraind moeten worden door Nita.

Tijdens de borrel tussen de mooie kunstwerken wordt hier nog lang over doorgepraat.

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+