Verslag

Verslag Stadsgesprek Betrokken Buurten

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

 

 

Moderator Jan Hoek heet de aanwezigen hartelijk welkom op deze warme zomerse middag. Allereerst dankt Jan Stichting DOCK voor de gastvrijheid om op deze mooie plek, De Boomsspijker, te mogen zijn.

Jan: Dit is het jaar op weg naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Daarom organiseren we dit jaar iedere maand een Stadsgesprek over mensen die misschien niet helemaal mee kunnen komen in het succesvolle Amsterdam. Vandaag is wat dat betreft een beetje een vreemde eend in de bijt, want vandaag gaat juist over mensen die graag iets willen doen in de samenleving. We gaan het hebben over hoe iedereen daar zoveel mogelijk bij betrokken kan worden en wat de rol van de professional hierin is.

Twee vragen die vandaag centraal staan:

  • Mensen willen wat doen in hun buurt en kloppen vroeg of laat vaak aan bij professionals of de overheid en moeten dan goed geholpen worden;
  • Hoe zorgen professionals ervoor dat ze genoeg ‘op hun handen zitten’ en het niet overnemen?

We beginnen vandaag met iemand die dacht: “ik wil wat gaan doen in mijn buurt”, Jeroen Jonkers van Geef om de Jan Eef en de Stadsmakerschool.

Jeroen vertelt: Wij zijn bewoners en ondernemers uit de Jan Evertsenstraat. Samen zetten we ons in voor de “Jan Eef”, de Jan Evertsenstraat en omgeving. Soms doen we dat ‘gewoon’ als betrokken buurtbewoners en soms doen we dat uit naam van de winkelstraatvereniging Jan Eef. Het begon allemaal in 2010, na de overval op Juwelier Hund die hierbij om het leven kwam. Met ‘Ik Geef om de Jan Eef’ riepen we toen onze buurtgenoten op om vaker boodschappen te doen in onze straat, de Jan Eef. Inmiddels zijn we uitgegroeid tot een grote groep betrokken en actieve burgers. Wij zetten ons talent, energie en kennis in om onze eigen buurt sterker en mooier te maken. En niet zonder resultaat. De objectieve en subjectieve veiligheid is gestaag omhooggegaan. Ook de vastgoedwaarde is geëxplodeerd en er zijn negen winkels bij gekomen in de straat.

We zijn vier professionals, ondernemers, die de handen uit de mouwen hebben gestoken. Maar samen met ambtenaren, bewoners en veel anderen.

Jan: Was iedereen blij toen jullie begonnen?

Jeroen: Sommigen wel, anderen wat minder. We waren eigenwijs. En ondernemers hebben vaak 100 ideeën die nú moeten gebeuren, maar veel valt daar al meteen van af. Eerst ontfermde de gemeente zich over de Jan Eef, toen het slecht ging. Toen namen wij in 2010 succesvol delen over en in 2011 zei de de gemeente: en nu back to normal, het is wel weer genoeg. Wij zijn toen juist doorgegaan, en dat heeft ook wel gebotst met het stadsdeel. Maar juist de afschaffing van het stadsdeel heeft ons opgebroken. Vroeger kregen we een opdracht van het stadsdeel, dan ben je min of meer gelijkwaardig. Daarna moest alles via het subsidie-bureau van de gemeente en dat werkt heel anders.

We hebben zelf een geldstroom – tassen die we verkopen, subsidie van Stichting DOEN. Met die geldstroom konden we professionals voor éénderde van hun normale tarief inhuren voor werk in en aan de buurt. Dat model, waarbij professionals uit de buurt deels betaald en deels vrijwillig aan de slag gaan in de buurt, heeft veel interesse gewekt. In de stad, maar ook over de hele wereld. We hebben delegaties uit vele steden over de vloer gehad.

Wat is je beste ervaring met andere professionals?

Dat professionals in de buurt jaren voor éénderde van hun tarief hebben gewerkt, was geweldig. Maar we merken ook: wanneer we hen niet meer voor vaste uren in kunnen huren, dan stoppen ze ermee.

De tweede gast is Piet Broekhuizen, van het Wijkopbouworgaan Oost.

Jan: Is zo’n Wijkopbouworgaan nog wel van deze tijd?

Piet: Ja, we bestaan al 55 jaar, maar die naam dekt niet meer de lading. We hebben geen opbouwwerkers meer. Vroeger had je opbouwwerkers – nu participatiemakelaars – en die spraken met mensen in de straat en van buurtverenigingen en hoorden uit eerste hand wat er speelde. En gaf dat door aan de politiek en het bestuur.

Wij zijn minder professioneel dan bij de Jan Eef. We hebben alleen vrijwilligers, maar wel professionele vrijwilligers.

Jan: Is het erg dat jullie professionele krachten er niet meer zijn?

Ja, je hebt veel minder contacten in de buurt. Door de samenvoeging van de stadsdelen zitten de participatiemakelaars alleen nog maar achter hun bureau. Politici en bestuurders komen al helemaal niet meer op straat. De communicatie gaat heel traag.

Gebiedscoördinator DOCK in Westerpark: Hebben jullie geen gebiedsmakelaars?

Piet: Jawel, maar die heeft zo’n groot gebied, dat-ie onmogelijk alle mails kan beantwoorden.

Jan: Mis je de professional?

Ja! En er is een enorm verschil in financiering tussen de stadsdelen, een enorm verschil in facilitering en benaderbaarheid.

Jan: Richt je je vooral op het stadsdeel? Of ook Dynamo ofzo?

Met Dynamo hebben we een slecht huwelijk en dat wordt een vechtscheiding. We zitten in hun gebouw en willen graag naar een eigen ruimte.

Medewerker van Stadsdeel Zuid: Ik denk dat voor veel actieve bewoners geldt dat de overheid niet benaderbaar is en dat we vooral bezig zijn met onszelf en de reorganisatie.

Jan: Wat is de toekomst van het Wijkopbouworgaan Oost?

Piet: We kijken met argusogen naar de nieuwe situatie en de opheffing van de stadsdelen. De vraag is of dat een zegen is voor vrijwilligersorganisaties of niet? Moeten we op onze knieën naar de Stopera voor ons verhaal of komt er toch weer wat in de wijken?

Jan: Dus er is ook geld nodig om wat te doen? Of kun je ook onafhankelijk werken van de overheid?

Piet: We hebben de gemeente op twee manieren nodig: voor geld, en voor een makkelijke entree naar mensen die ergens over gaan.

Jan gaat verder naar de derde gast, Annemieke van der Wal, van bewonerswerkgroep Domela Plantsoen.

Jan: Annemieke, jullie zijn opgericht in 1972. Vertel eens?

In de jaren-60 werd er in de Spaarndammerbuurt een kerk gesloopt en ontstond er braakliggend terrein. Begin jaren-70 hebben de bewoners de hekken gesloopt en ontstond het plantsoen en een jarenlange strijd over de bestemming. In 1972 is de werkgroep opgericht, met als doel er een echt plantsoen van te maken. De gemeente wilde het terrein in de loop der jaren graag bebouwen, eerst met een ’landmark’, later ook met sociale woningen. Er zijn diverse referenda en alternatieve bewonersontwerpen gekomen, maar er bleef een patstelling bestaan. Tot deze week: toen is het bestuur van West akkoord gegaan met het bewonersplan, het plantsoen blijft behouden! Het bijzondere is: in de ruim 40 jaar dat we bestaan, zijn er telkens nieuwe mensen bij betrokken geweest.

Jan: Die groep mensen, wat zijn daar voor mensen?

Gekke mensen! Ieder heeft z’n eigen beweegreden om dit te doen. De één is boos, de andere houdt van Afrikaantjes, ikzelf houd niet van boosheid en wil het kanaliseren. Kun je daarmee werken, op bouwen? Want vrijwilligerswerk is ook werk. Blijkbaar wel en met succes: het bestemmingsplan is gewijzigd en het plantsoen gaat niet bebouwd worden. En je ziet ook dat er weer mensen staan te trappelen om het van ons over te nemen, om de beplanting te gaan doen.

Jan: Is het een moeizame relatie met de overheid geweest?

Op zichzelf wel ja. Er lag een bouwplan voor woningen. Door onze protesten werd het aantal woningen al verminderd, maar we wilden nog minder. Soms heb je als initiatief ook nodig dat er iets niet goed gaat in het stadsdeel. Bij ons was dat een projectleider die het plan namens het stadsdeel kwam uitleggen en dat zo onhandig deed dat er veel engagement onder de bewoners ontstond. We waren er verbaasd over dat het stadsdeel veel plannen had voor bewonersparticipatie, maar bij het plantsoen iedereen oversloeg. Wij hebben toen gezegd: laat ons de buurtcommunicatie doen.

Jan: Heeft de overheid soms alles te ver van zichzelf af georganiseerd? Of het stadsdeel te complex gemaakt?

Jeroen: Ja, soms wel. Stadsdeelambtenaren hebben ook het stadhuis nodig voor geld of invloed, mogen weinig nog zelf.

Een onderzoeker van de HvA: we zijn bezig in een rolverandering tussen overheid en burgers. En als je de overheid nog steeds blijft zien als tegenstander, dan lukt die verandering niet. Je moet ze juist zien als een partij die ook moet leren om die nieuwe rol aan te nemen. Weerstand is een klassieke term, en dat moet anders.

Annemieke: Dat is ook zo. Maar ambtenaren zijn vooral een beetje bang voor bewoners, om ze mee te nemen in hun besluit.

Een medewerker van Huurdersvereniging Westerpark: De gemeente moet leren om in plaats van de regisseursrol de faciliterende rol aan te nemen. En dat vergt nog een aantal jaren, zo’n omslag.

Jan: Ben je positief over het lerend vermogen van die overheid:

Nee, er zit nog oud bloed in die organisatie. Die al jarenlang hetzelfde doen, nieuwe titels, maar dezelfde mensen. En ze leren ook niet van elkaar.

Jeroen: Het is een leerproces. En de intentie is er wel. Maar het is tekortschieten in een enorm veranderingsproces, dat lang duurt.

Piet: veel van de onvrede komt eigenlijk door een chronisch gebrek aan participatie. Ik ben een van de grondleggers van de participatieladder. Iedereen blij toen het ding af was, maar er wordt geen donder mee gedaan. Je moet de buurt gewoon vanaf het begin betrekken.

Bob Kassenaar, HvA: Het is een intentie van de gemeente om burgerparticipatie serieus te nemen. Alleen de consequenties willen ze niet dragen. Er moeten dingen op nationaal en gemeentelijk niveau besloten worden, daar zijn de Tweede Kamer en de gemeenteraad voor. Maar soms moet het ook op lokaal niveau, omdat bewoners daar gewoon veel meer ervan weten. Dat is een andere democratie dan de Tweede Kamer en de Gemeenteraad, de doedemocratie. En er is geen verbinding tussen die twee democratieën.

Annemieke: de valkuil die wij hebben ervaren, is dat we gezien werden als de vertegenwoordiging van de buurt. Dat zijn we niet. Dus bij ieder besluit zijn we huis aan huis gegaan om iedereen erbij te betrekken.

Jan: We gaan nu naar Jessica ter Maat, gebiedsmakelaar. Uit Oud-West en niet uit Oost. Wat doet de gebiedsmakelaar?

Jessica: Je bent een tussenpersoon tussen de buurt – bewoners, ondernemers, pandeigenaren – en het stadsdeel. Als iemand iets wil in de buurt, probeer je dat mogelijk te maken bij het stadsdeel. Omgekeerd ook: als het stadsdeel iets wil, dan moet je de participatie en communicatie in de buurt organiseren. Heel concreet het Kwakersplein. De Hallen werden verbouwd en het bouwverkeer ging over het Kwakersplein. En die bewoners zaten in de vergeethoek, kwamen niet voor in de plannen. Die zijn naar mij gekomen: we willen wat doen aan de busjes die parkeren, het verkeer, we willen vergroenen. Eerst kreeg ik een preek van twee uur over wat de gemeente allemaal verkeerd heeft gedaan. Maar op een gegeven moment moet je door, je wilt toch iets voor elkaar krijgen. Ze wilden wat groots dus ging ik shoppen bij allerlei RVE’s en gemeentelijke diensten. Bij Kunst en Cultuur was geld over, voor creatieve ondernemers in de buurt. Vervolgens hebben bewoners met creatieve ondernemers plannen gemaakt. Wij zijn er toen uitgestapt. Eén plan is door de bewoners als winnaar uitgekozen. Maar dat kostte wel geld, veel geld. En het stadsdeel heeft het uiteindelijk betaald, juist doordat het vanuit bewoners kwam.

Jan: Voel je je van het stadsdeel of de buurt?

Ik probeer altijd een belangenafweging te maken, maar voel me meer horen bij bewoners en ondernemers.

Jan: Als je de gesprekken volgt, wat valt je dan op?

Veel is herkenbaar. Het is voor ons vaak ook een strijd in het stadsdeel, bijvoorbeeld om geld. En soms ligt er ook een opdracht vanuit de gemeente omdat iets moet en al besloten is, en dan krijg ik het verzoek om de participatie nog te regelen. Maar dat kan dan eigenlijk niet meer.

Jan: Weet je wie je bij bewoners moet aanspreken, hoe bereik je hen?

Dat is ook moeilijk. Ik heb een aantal bewoners in de buurt die ik altijd vraag, maar dat zijn van vaak wel dezelfde.

Vraag vanuit het publiek: Maak je ook gebruik van welzijnsorganisaties?

Ja, ik heb ook participatiemakelaars van ABC of klantmanagers van DWI die helpen om mensen te bereiken. Zo bereik je ook mensen die niet hoogopgeleid zijn.

Het is tijd voor de laatste gast: Marcel Suitela van !WOON.

Marcel: jij bent een professional. Veel van dit gesprek gaat over de professionals van de stadsdelen zelf. Hoe zie jij je rol?

Marcel: Alles wat ik heb gehoord heb ik langs zien komen tijdens de bewonersgestuurde wijkaanpak van de afgelopen jaren. Ik begeleid nu zeven buurthuizen en speeltuinverenigingen in Noord, die moeten bezuinigen en meer moeten samenwerken. Mijn rol is dat ik bewoners faciliteer om dat te doen. Ik ga op pad met een opdracht waarbij ik bewoners probeer te betrekken vanaf het eerste moment tot aan de realisatie. Eigenlijk best een oude opbouwwerker, maar ook verbinder en makelaar. Een manusje-van-alles die overal tussen partijen schakelt. Soms moet ik duwen en trekken, ook bij het stadsdeel, en soms ook kritisch. Bijvoorbeeld doordat de bezuinigingsopgave te groot is en dat daardoor bewoners zeggen: ik kap ermee, dit kan niet meer. Dat probeer ik heel erg te verbinden met het stadsdeel, bijvoorbeeld om zo de gemeente zover te krijgen de huurprijs van het vastgoed te drukken. En dat is gelukt. Overigens huurt het stadsdeel !WOON hiervoor in.

Jan: Er zijn dus veel varianten op de professional die faciliteert. Veel duidt op een overheid die afstand houdt, maar tegelijkertijd professionals betaalt of bewonersbudgetten uitdeelt.

Marcel: In Noord is het niet gek dat het stadsdeel heeft gekozen voor een onafhankelijke tussenpersoon. Ik zie mezelf ook meer als horende bij de bewoners, maar wil graag wel de belangen afwegen.

Medewerker van Stadsdeel Noord: Marcel is technisch gezien opdrachtnemer, maar in die opdracht zit heel veel ruimte. Want de opdracht is: help te ondersteunen, juist als iemand die niet gelieerd is aan het stadsdeel, als onafhankelijke ondersteuner. Dus we voeren zeker ook kritische gesprekken.

Medewerker van de HvA: Waarom moet dit? Jij moet als overheid toch zelf met burgers kunnen communiceren?

Medewerker van Stadsdeel Noord: Dit zijn bewonersgroepen die wat willen en we stellen daar financiële middelen ter beschikking voor. En nu moeten we bezuinigen; dat hebben we de bewoners zelf verteld. Maar nu moeten de bewoners het op een andere manier organiseren, en daar hebben we Marcel voor ingehuurd.

Jan: Toen we begonnen aan het gesprek, hadden we het over twee dingen die kunnen gebeuren als je als bewoner actief wordt en een institutionele partij tegenkomt:

  1. Ik ben actief en ik heb niks aan ze
  2. Ik ben actief en ze trekken me alles uit handen

Dit gesprek ging het vooral over het eerste, dat leeft dus blijkbaar het meeste in de stad. Er zijn veel mensen die aan de slag willen, soms gaat het goed, met veel enthousiasme en een overheid waar je soms ook baat bij hebt. Soms gaat het ook mis, stopt het, is die overheid er niet meer om te helpen. Soms breekt ook de complexiteit van de overheid bewoners op. Soms ook de relatie tussen de overheid en alle andere partners, waarom betrek je als overheid je partners er niet beter bij.

Mijn beeld is dat er nog veel te verbeteren valt. Dat zit voor een belangrijk deel bij die lokale overheid. Er zijn vastgeroeste bureaucraten, maar er zijn er ook die aan het leren zijn. Als het gaat om meedoen in Amsterdam als actieve bewoner: de mogelijkheden zijn er, maar echt soepel gaat het niet. De vraag aan de lijsttrekkers is dan ook: vind je dat het soepeler moet, of moeten we het zo laten, want dan gebeurt er ook van alles moois. Die vraag gaan we hen voor de verkiezingen voorleggen. Dank jullie wel!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+