Uitgelicht

Leestip! Verslag Boosheid in de samenleving

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

 

Moderator Jan Hoek heet alle aanwezigen van harte welkom op deze bijzondere plek: VondelGym aan de Wibautstraat. We hebben voor deze bijzondere locatie gekozen omdat je op een sportschool natuurlijk lekker alle boosheid uit je lijf kunt sporten. Maar Vondelgym is ook maatschappelijk betrokken.

Olivier Wientjes is initiatiefnemer van Speelkwartier en vertelt: “met Speelkwartier willen we kinderen van jongs af aan laten kennismaken met sport. Sporten is goed voor lichaam en geest en gaat obesitas tegen. We bieden sportlessen niet alleen aan kinderen, maar juist voor kinderen en hun ouders. Zodat ouders ook geen excuus meer hebben om niet te sporten. Dat doen we in verschillende parken over de hele stad verspreid, maar ook in Vondelgym zelf. Ook werken we samen met verschillende scholen. En samen met de gemeente Amsterdam bieden we deze lessen gratis aan voor kinderen met een Stadspas.”

Dit is het vijfde Stadsgesprek in een serie van zeven. Het gaat goed met Amsterdam, maar niet iedereen kan hieraan meedoen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit zoveel mogelijk wel gebeurt? Die vraag stellen we iedere maand voor een ander thema. De input die daaruit komt nemen we mee naar het lijsttrekkersdebat voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Wie heeft er weleens met boosheid op de werkvloer te maken? Bijna iedereen steekt de hand op. Een deel van de aanwezigen blijkt dit ook mee naar huis te nemen. Een medewerker van Stadgenoot merkt op vooral een hekel aan schreeuwers te hebben.

Boosheid kent vele kanten zegt Jacquelien van Stekelenburg, hoogleraar Sociale verandering en conflict aan de Vrije Universiteit.

Van Stekelenburg begint met de opmerking dat boosheid een veelkoppig begrip is; ze spreekt graag over de fifty shades of anger. Boosheid is nooit alleen boosheid; het is een combinatie met bijvoorbeeld afgunst of verdriet. Dat maakt boosheid tot een complex geheel. Voorbeeld: de bibliotheek in Haarlem ging dicht. Ik was daar boos over vanwege ideologische redenen (iedereen heeft recht op een bieb); mijn vriendin om instrumentele redenen (het is handig om een bibliotheek in de buurt te hebben).

Wanneer boosheid gecombineerd wordt met verontwaardiging, dan ontstaat actiebereidheid, bijvoorbeeld om te demonstreren. Je hebt dan vertrouwen dat er iets kan veranderen. In combinatie met minachtig is boosheid een gevaarlijke mix, die kan omslaan in agressie. Kortom: ‘de’ boosheid bestaat niet. Het is een mix met veel andere emoties. Het is in die mix dat het tot een conventionele actie (zoals demonstreren) kan leiden of meer onconventioneel (geweld).

Is boosheid een keuze? Het is een primaire, oeroude reactie; maar daarna kun je wel kiezen wat je ermee doet. De primaire emotie kun je moeilijk sturen, maar de secundaire is een keuze. Dit wordt bijvoorbeeld bepaald door: is er sprake van onrechtvaardigheid? Heb ik het al een keer eerder meegemaakt? Sta ik er alleen voor of heb ik een groep? Boosheid heeft zo bekeken ook een biologische functie. Dit soort functies kun je indelen in een fight of flight reactie. Boosheid is een typische fight reactie; er is een onrechtvaardigheid en daar kunnen we wat aan doen.

Een gebeurtenis die leidt tot boosheid vindt ook plaats in de context van andere gebeurtenissen. Op zaterdagmorgen met een zonnetje wordt je minder snel boos dan wanneer je na een lange file in de regen staat. Met boosheid moet je ook wat doen, dat is het nut ervan. Doordoor krijg je een gevoel van controle en dat heb je nodig.

Vraag vanuit het publiek: wat is er eerst, boosheid of minachting? Veel theorieën van radicalisering gaan uit van boosheid als eerste emotie – de verontwaardiging en het onrechtvaardigheidsgevoel. En dan heb je het gevoel dat je alleen staat in de samenleving, dat je anders bent. Daar komt de minachting vandaan.

Jan vervolgt: we hebben het nu over de theorie gehad, laten we het over de dagelijkse praktijk hebben. Bente London is directeur van Beterburen, een organisatie die bemiddelt tussen burenconflicten in acht gemeenten. Bente, herken je dit verhaal?

Ja, er is veel boosheid, en ook veel minachting. Je ziet dat veel mensen die naast elkaar wonen elkaar niet meer kennen. Waar wij bemiddelen heb je verschillende groepen: mensen die bij het minste of geringste aan de bel trekken, maar ook mensen die heel lang niks durven te zeggen en dan opeens alles eruit gooien.

Bij Beterburen bemiddelen vrijwilligers. Die leren we vragen te stellen en vooral ook door te vragen. Iemand klaagt over de hele dag geluidsoverlast, maar dat blijkt na doorvragen vooral om 7 uur ’s ochtends te zijn. Vaak is er ook wat anders in iemands leven aan de hand, waar de echte irritatie door komt. We stimuleren mensen ook om zelf met oplossingen te komen.

Maar mensen kunnen ook angstig zijn. Hoe langer het conflict duurt, hoe moeilijker het wordt om tot een oplossing te komen. Goed bemiddelen gaat vooral bij beginnende conflicten. Als de politie er al bij is geweest, dan wordt het lastig. Mensen maken afspraken met elkaar om tot beterschap te komen; die moeten mensen dan ook wel na kunnen komen.

Worden de bemiddelaars zelf weleens heel erg boos? Ze zijn wel erin getraind om niet te laten blijken wat ze zelf ervan vinden, maar na een gesprek – op de terugweg – kan dat zeker gebeuren ja.

We merken dat de sociale cohesie soms ver te zoeken is. Mensen bellen vaak met het verhaal dat de buren enge mensen zijn. En dat blijkt dan reuze mee te vallen. Veel gaat over het wegnemen van vooroordelen.

Dertig procent van de zaken is niet oplosbaar. Vaak doordat mensen te laat bij ons komen of te weinig bereidwillig zijn. En sommige mensen zijn niet bemiddelbaar. Die kunnen we doorsturen naar GGZ of politie. Een belangrijke tip is dat je mensen een spiegel voor moet houden: “Ik snap dat je boos of moe bent…”.

Vanuit het publiek komt de opmerking dat boosheid ook gewoon een onderdeel van het werk is. Mensen zitten niet altijd te wachten op een redelijke verklaring.

Ook vanuit het publiek: mensen hebben minachting voor ambtenaren. Soms wil iemand niks meer met de overheid te maken hebben. Het systeem dat we gemaakt hebben werkt niet voor de burger die zichzelf altijd in het verdomhoekje voelt zitten. De ambtenaar moet daar veel beter naar moeten luisteren, weer dichtbij de burger staan.

Maar: mensen gebruiken soms boosheid ook als excuus om niks te hoeven doen.

De verwachtingen naar de burger liggen ook hoog. Een grote groep heeft een IQ tussen de 60 en 80, die snappen de brieven de verstuurd worden niet.

Jan sluit af met de vraag: wat nemen we mee naar de lijsttrekkers?

  1. De boosheid ís er. Veel professionals hebben ermee te maken. Wees je hier als politicus van bewust als je wat verwacht van ambtenaren.
  2. Veel van de boosheid komt uit onvermogen. Realiseer je dat.
  3. Als politiek heb je vaak instituties in het leven geroepen die die boosheid juist oproepen, door log en afstandelijk te zijn.
  4. Tot slot: we zijn een diverse stad, als die boosheid zich uit in bijvoorbeeld racisme, dan wordt het een heel ander probleem. En daar moet je als politiek ook oog voor hebben.

Over deze slotopmerkingen wordt door het publiek nog een tijd tijdens de netwerkborrel nagepraat.

Klik hier voor een sfeerimpressie van deze bijeenkomst.

 

 

 

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+