Verslag

Verslag Stadsgesprek De Verwarde Stad

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

 

Jan Hoek heet iedereen van harte welkom in de prachtige Buurtsalon Jeltje op het WG-terrein. Dit jaar staat het programma van het Kennisnetwerk Amsterdam in het teken van ‘zorg goed voor elkaar en voor de stad’, de laatste woorden van burgemeester Van der Laan aan alle Amsterdammers. Iedere maand kijken we naar een andere stad waar we beter voor elkaar kunnen zorgen. We gaan onder andere langs bij de groene stad, de roze stad en de kinderstad. En vandaag zijn we in de verwarde stad.

Personen met verward gedrag zijn veel in de media en er is ook veel politieke en bestuurlijke aandacht voor. Hierdoor ontstaat soms ook onjuiste en stigmatiserende beelden over de personen met verward gedrag. Vanmiddag bekijken we de ins en outs van het onderwerp en vooral ook wat we tegen stigmatisering kunnen doen.

Barbera Olthof is projectleider Samen sterk zonder stigma Amsterdam. Dat is een initiatief van verschillende GGZ instellingen om gezamenlijk een stedelijke beweging op te zetten om stigmatisering tegen te gaan.

Barbera vertelt dat de groep die we personen met verward gedrag noemen heel divers is en dat juist daar het stigma door komt. Een eerste indicatie zijn de zogeheten E33-meldingen bij de politie (‘personen met verward gedrag’). Dat aantal is in 2017 met 12% gestegen tot 41.000 meldingen in Nederland. Maar hier zitten veel dubbelingen in, over sommige mensen komt wel 100 keer een melding binnen.

Maar de groep is veel breder, de directe omgeving heeft niet altijd last van personen met verward gedrag. Het gaat ook om mensen met dementie die binnenblijven, GGZ problematiek, lichtverstandelijk beperkten of openbare dronkenschap.

Personen met verward gedrag hebben veel last van het stigma. Een voorbeeld zijn huurhuizen. Corporaties moeten 30% verhuren aan kwetsbare doelgroepen. Wanneer iemand met verward gedrag in de buurt komen wonen bellen veel zittende huurders op: moet nu alweer zo’n mafkees hier komen wonen? Mensen gaan ervan uit dat personen met verward gedrag overlast veroorzaken, dat komt door angst.

Maar personen met verward gedrag hebben ook last van een zelfstigma. Voorbeeld: je hebt borderline en krijgt de boodschap mee: dit wordt nooit meer wat. Daardoor wordt je minder gemotiveerd en bang om afgewezen te worden. Maar ook: hoe verklaar je een gat in je CV als je een jaar opgenomen bent geweest? Mensen durven niet open te zijn hierover. Terwijl het iedereen kan overkomen, het is makkelijk om onderuit te gaan in het leven. ‘Personen met verward gedrag’ is ook geen handig etiket. Het is veel te breed en dekt niet de lading. Mijn ideaal is dat we opener zijn over 10 jaar. Er wordt nu veel gefocust op de problematiek van iemand en niet op de hele mens. Als je iemand alleen als een dakloze ziet, zie je niet de persoon erachter. Daar zou in de stad meer aandacht voor mogen zijn.

Vanuit het publiek komt de opmerking dat in de samenleving een te grote focus op volmaaktheid is. Terwijl iedereen wel wat heeft. De standaard zou naar beneden moeten. Dat beging al op de basisschool met allerlei toetsen, maar ook op social media. Je moet fit, positief en succesvol zijn. Koste wat het kost gelukkig zijn, terwijl het leven zo niet is.

Hoe werken professionals in de praktijk met personen met verward gedrag? Hiervoor hebben we twee gasten uitgenodigd. De eerste is Tess de Bree, projectleider overlastgevers Oosterpark.

In het Oosterpark zijn veel incidenten geweest tussen bezoekers en overlastgevers, maar ook tussen overlastgevers onderling. Steekpartijen, vechtpartijen, moord en drugsgeweld. Vanuit het project zijn we bezig om de sociale cohesie in de overlastgevende groepen te versterken. Dat doen we met een integrale aanpak waarbij politie, reclassering, WPI, Veldwerk, GGD en het Meldpunt Zorg en Overlast zijn betrokken. Het gaat niet alleen om overlast op staat maar ook om achter de voordeur. We werken onder het GGZ-convenant samen, waardoor informatie goed kan worden uitgewisseld. Het project bestaat nu een jaar en we boeken goede resultaten.

Het gaat om heel verschillende mensen. Van oud-kindsoldaten met PTSS en een drugsverslaving tot afgegleden oud-politieagenten. Echt de heel zware doelgroep, met een combinatie van GGZ en verslavingen. In 2017 hebben we 165 mensen langs gehad in one integrale werkgroep, in 95 gevallen hebben we echt wat gedaan. Een keer per week hebben een casusoverleg over alle gevallen en 1 keer in de twee weken is er een spreekuur in de Muiderkerk. Daar zien we of het goed of slecht met iemand gaan. En door het integrale werken kunnen we direct ingrijpen en maatwerk bieden. De politie doet daar ook aan mee: strafrechtelijk aanpakken is soms niet handig. De deelnemers aan het project zijn allemaal redelijke mensen daarin. Ieder is een taartpunt en samen hebben we een taart. We hebben laatst een maatschappelijke kosten-batenanalyse laten maken. Die valt nu neutraal uit; maar als we het langer volhouden wordt dat heel positief. Wat voor ons moeilijk is, zijn zorgmijders. Wanneer mensen echt niet geholpen willen worden, kunnen we ze ook niet dwingen. Maar we blijven hulp wel consequent aanbieden. We lopen soms wel tegen wet- en regelgeving aan. Bijvoorbeeld de Participatiewet. In Rotterdam wordt deze streng toegepast. In Amsterdam zeggen we veel eerder: met sommige doelgroepen kunnen we niks.

De volgende gast is Ronald Molenaar, medewerker overlast en zorg bij wooncorporatie Stadgenoot in oud-West. Soms is er sprake van heftige overlast door bewoners met wie het niet goed gaat. Pannetjes die op het vuur blijven staan, sleutels die verloren worden. Buren bellen dan met de woningcorporatie om het op te lossen. Ik ga vervolgens op huisbezoek bij de buren en de mensen zelf. Maar lang niet iedereen is ook echt verward. Het gaat vaak ook om persoonlijke voorkeuren. Mensen met veel spullen, waar het muf ruikt, ik kan daar wat van vinden, maar het gaat wel om de bewoner zelf. Zolang het niet gevaarlijk is, laat ik mensen vooral in hun waarde. Wel probeer ik door te dringen tot de mensen, zodat ik begrijp waarom ze soms de wereld haten. Dan kan ik ook beter op hen inspelen.

Vaak merk ik dat bewoners ons liever niet binnen willen hebben. Het gaat ook vaak om klachten: harde muziek, ’s nachts leven, slecht eruit zien. Als ik kom, dan hebben bewoners het gevoel wat te moeten. Maar we moeten ook naar de buren kijken, wonen moet voor iedereen prettig zijn.

Ik had vanochtend bijvoorbeeld een huisbezoek, waarbij door de buren melding was gedaan. Mevrouw wist niet meer dat ik kwam, maar haar sleutels hingen buiten in het slot. Ze liet me niet binnen, maar we hebben toch een gesprek van een half uur gehad op de gang en een nieuwe afspraak gemaakt. Dan heb je toch contact en kun je proberen wat te betekenen voor mensen. Daar haal ik voldoening uit.

Ik vind het moeilijk als je niks voor buren kunt doen. Als iemands leven echt tot een hel wordt gemaakt en het nog jaren voortduurt voordat een huis ontruimd wordt of iemand naar een andere woonvorm gaat. Het maatschappelijk ideaal is om mensen een eigen woning te geven. Maar soms is dat een brug te ver. En nieuwe bewoners nemen soms ook hun vrienden mee, bijvoorbeeld uit het Oosterpark. Ik zie ’t ook als mijn taak om naar buren te stappen en uit te leggen wat er aan de hand is. Als mensen hun buren een mafkees noemen, dan leg ik uit dat iedereen een woning nodig heeft. En als iemand blijkt mee te vallen, dan trekken de buren vaak ook weer bij. Maar als iemand problemen gaat veroorzaken, dan komt er wel een kantelpunt. Als corporatie leggen we uit dat het juist onze taak is om iedereen te huisvesten, maar we zouden daar nog wel wat opener in kunnen zijn. In sommige portieken is ook meer contact en saamhorigheid dan in andere portieken. De meeste mensen willen rust en vragen aan ons om problemen op te lossen. Maar wij hebben daar wel de politie, GGZ en het maatschappelijk werk voor nodig. Vaak zijn er ook wachtlijsten om iemand in de maatschappelijke opvang te krijgen. Ik bied de buurt dan perspectief: over een half jaar vertrekt iemand. Vaak houdt de buurt het dan wel vol. En soms push ik ook bij de opvang dat het maar moet.

Vanuit het publiek komt de opmerking dat de scheidslijn tussen ‘normaal’ en ‘niet-normaal’ zo hard is. Misschien omdat we zelf bang zijn af te glijden. In de discussie gaat het nu ook over overlast en niet over lief zijn voor elkaar. Samenleven doe je met elkaar. Nu is het: iemand veroorzaakt overlast, de overheid moet het oplossen. Maar voor integratie en participatie heb je twee personen nodig. Daar moeten we als samenleving van buurmannen en buurvrouwen nog in oefenen. Een rol speelt ook klassiek NIMBY-gedrag: iedereen moet het fijn hebben, maar niet in mijn portiek.

Professionals blijken ook snel in een hulpverlenersrol te schieten, terwijl coachend opstellen beter zou zijn. Zo maak je iemand sterker en bouw je een vertrouwensband op. Bij WPI blijkt men bijvoorbeeld bezig te zijn met zo’n cultuurverandering. De ene medewerker is daar beter in dan de andere.

Bewoners met verward gedrag zouden ook door professionals gestimuleerd kunnen worden om zelf opener te zijn en zich bijvoorbeeld voor te gaan stellen als ze ergens komen wonen. Niet als persoon-met-verward-gedrag, maar als nieuwe buurman. Om zo de cohesie te stimuleren.

Een heikel punt blijkt privacy-wetgeving: iedere week moet je de wet overtreden omdat je anders je werk niet kunt doen. Je moet goed aanvoelen wanneer je dat moet doen; je kunt je niet altijd verschuilen achter privacy wetgeving. Professionals moeten ook op elkaar vertrouwen daarin. Tot slot zou de rol van ervaringsdeskundigen nadrukkelijker tot uiting kunnen komen, om zo de afstand tussen professional en cliënt te verkleinen.

Jan sluit af met wat hij mee naar huis neemt:

  • een op het oog helder begrip als ‘verward gedrag’ is in de praktijk enorm verwaterd en daardoor onbruikbaar;
  • je moet mensen niet zien als ‘categorie E33’, maar als iemand met wie het niet zo goed gaat, dan kun je er wat mee;
  • als professional moet je mensen kunnen helpen zonder vast te lopen in protocollen, de omgeving erbij betrekken is essentieel.

Na die woorden is het tijd voor een welverdiende borrel, waarin druk wordt nagepraat over alle nieuwe inzichten.

 

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+