Verslag

Verslag Stadsgesprek De Roze Stad

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

Jantina Bijpost – in het dagelijks leven werkzaam bij !WOON – heet de aanwezigen van harte welkom bij dit vierde Stadsgesprek in een serie van zeven binnen het jaarthema ‘zorg goed voor elkaar en voor de stad’. We zijn al op bezoek geweest bij de verdichte stad, de groene stad en de verwarde stad. Alle thema’s komen aan het eind van het jaar tezamen bij het Stadsgesprek De Lieve Stad. Vandaag is het de beurt aan de roze stad. We proberen vandaag met elkaar de stand op te maken van LHBTI-emancipatie in het maatschappelijk middenveld van Amsterdam. Hoe is het op de werkvloer gesteld, tussen medewerkers onderling, maar ook tussen cliënten/ bewoners/ burgers en medewerkers? Waar gaat het goed en hoe kan dat beter?

Na een rondgang door te zaal blijken veel vertegenwoordigers van zorg- en welzijnsorganisaties aanwezig te zijn, onder andere Saenden, Cordaan, DOCK, Evean en Arkin. Maar ook de GGD en ambtenaren uit Amsterdam, Hoorn, Utrecht de Zaanstreek en Waterland. Tot slot zijn veel belangorganisaties aanwezig, zoals het COC, TransAmsterdam en Mokum Roze.

Alle aanwezigen voelen zich gesteund door hun organisatie met betrekking tot dit onderwerp. Zij kunnen zijn wie ze willen zijn. Ook voelen de aanwezigen goede ondersteuning door het gemeentebestuur. Opgemerkt wordt dat ook binnen de LHBTI-wereld meer aandacht voor diversiteit mag zijn. Interseksueel is bijvoorbeeld een ondergeschoven kindje.

We zijn vanmiddag te gast in het Dr. Sarphatihuis, onderdeel van Amsta. En dat is niet voor niets. Onderdeel van deze woonvoorziening voor ouderen is het Rozeneiland, speciaal voor LHBTI-ouderen. Erik Borst is verzorgende op deze afdeling en vertelt dat 8 ouderen op het Rozeneiland wonen, er is plek voor 16 roze senioren. Zij kunnen helemaal zichzelf zijn en gewoon uitgesproken zijn over hun seksuele voorkeur. Hierdoor ontstaat ruimte voor grappen, maar ook voor serieuze onderwerpen. De coming out was voor hen vroeger vaak een enorm onderwerp, dat komt nu weer terug in de herinnering. Ook was homoseksualiteit in hun jeugd nog een ziekte; het werd niet geaccepteerd en moest verborgen plaatsvinden. Medewerkers maken bewust een keuze om hier te komen werken; Borst zelf ook. Het voelde voor hem heel natuurlijk om hier te komen werken; daarnaast is het fijn om te kunnen pionieren: Rozeneiland is de eerste voorziening in zijn soort in Nederland.

Na deze inspirerende context legt Bijpost de opzet van de middag uit: in twee rondes spreken we over LHBTI-emancipatie. Eerst kijken we naar collega’s onderling en vervolgens naar medewerkers en cliënten. We sluiten de middag af met punten die we mee willen nemen naar de afsluitende bijeenkomst aan het eind van het jaar.

Voor het eerste deel hebben we als stelling: ‘Het speelt bij ons niet’ is de ultieme ontkenning van homo-emancipatie. We hebben Jelle Houtsma, directeur van SOOZ, een welzijnsorganisatie in Zuid in het bezit van de Roze Loper, om een pitch over deze stelling te houden.

Volgens Houtsma horen we ’t te vaak: het speelt bij ons niet. Maar als werkgever kun je dat niet maken. Want je personeel heeft er altijd mee te maken. Met collega’s, met cliënten. Door als organisatie te zeggen dat het je wel aangaat, geef je medewerkers rugdekking en biedt handelingsperspectief. Dus zou iedere organisatie in de ogen van Houtsma expliciet beleid moeten hebben over LHBTI-emancipatie.

Een reactie komt van Josee Rothuizen van Mokum Roze. Zij heeft veel mensen in het maatschappelijk middenveld getraind en hoorde dan inderdaad vaak dat het niet bij hen speelde. Maar het gaat er niet om of je hen kent binnen je organisatie, je moer er gewoon beleid op maken en zo een veilige organisatie creëren. Veel multinationals als Google hebben dat beleid wel, terwijl zorg- en welzijnsinstellingen achterblijven.

Vanuit het publiek komt de opmerking dat beleid niet genoeg is, maar dat het om de praktijk gaat. Zo benoemt iemand bij ieder gesprek met vrijwilligers expliciet LHBTI-beleid. De Roze Loper als houvast helpt daarbij, maar dekking vanuit het management is ook essentieel.

Arnold van den Broek van de gemeente Amsterdam coördineert het diversiteitsbeleid van de gemeente en strooit het LHBTI-beleid uit over de hele gemeente en iedere gemeentelijke organisatie. Maar niet iedere afdeling doet hier evenveel mee; de afdeling verkeer gaat geen roze stoplichten maken.

Jelle Houtsma merkt op dat hij in het kader van de Roze Loper met de gemeente heeft gesproken of LHBTI-beleid kan worden opgenomen als één van de subsidievoorwaarden.

Het COC blijkt bij monde van Bouko Bakker hier voorstander van de te zijn. Dan wordt LHBTI-beleid minder afhankelijk van het eigen initiatief van organisaties.

Jantina Bijpost vraagt zich af wat medewerkers zoal tegenkomen op de werkvloer? Het blijkt te gaan om stomme grappen. Maar ook medewerkers die in discussie met cliënten terecht komen of homoseksualiteit wel ‘mag’ en zich onvoldoende door de werkgever gesteund voelen om van zich af te bijten.

Nico Hettinga is psychiater en heeft in zijn praktijk vaak cliënten die leraar zijn op een middelbare school. Zij worden opvallend vaak gediscrimineerd door collega’s en weinig gesteund door leidinggevenden. En dit terwijl jongens juist op school heel erg met hun seksualiteit en coming out worstelen. Heleen Cousrijn van Diversion meldt dat zij dit ook vaak op school tegenkomen. Leraren wordt geadviseerd om maar in de kast te blijven en zo de confrontatie te vermijden. Maar welk signaal geef je daarmee af aan leerlingen?

Jantina introduceert de stelling voor het tweede deel van de middag: Als je aan de slag gaat

met LHBTI-emancipatie, begin je dan opnieuw of accepteer je onze verworvenheden?

Te gast voor een korte pitch is Naima Siti, jongerenwerker van DOCK in Bos en Lommer. Siti vertelt dat zij nooit dacht met dit onderwerp van doen te krijgen, tot twee jaar geleden. Zij begon toen te werken met jongeren die elkaar voor ‘homo’ uitscholden. Jongeren spraken echt kwaad over homo’s en dat raakte haar als mens, professional en gelovige. De jongeren vonden homo’s en transseksuele Amsterdammers een ziekte. Samen met hen is zij gaan graven: waar komt dit vandaan? Het bleek onwetendheid te zijn. Zij kenden geen homo’s en transseksuelen, kwamen hen nooit tegen. Samen met het OKT en de GGD is zij jongeren uit gaan leggen wat homoseksualiteit inhoudt. Vervolgens heeft zij samen met Connecting Differences ontmoetingen gaan organiseren. Niet expliciet over homoseksualiteit, want dan komt er niemand, maar via een omweg. Het thema van de ontmoetingen werd: jezelf kunnen zijn in Amsterdam West. Avonden met homo’s, lesbo’s en Marokkaanse jongeren. Ook is er een excursie naar de transgender kliniek van de VU geweest, met persoonlijke verhalen over verstoting en eenzaamheid. Zo zagen jongeren overeenkomsten met zichzelf. Maar Siti is ook jongeren kwijtgeraakt, omdat hun ouders het niet zagen zitten.

Vanuit het publiek komt de opmerking dat het verhaal indrukwekkend en herkenbaar is. Veel cliënten met een Marokkaanse of Turkse achtergrond moeten een dubbelleven leiden of breken met hun familie. Dit soort initiatieven kan daar stap voor stap ruimte in creëren.

Op een vraag vanuit het publiek of ook Marokkaanse LHBTI-jongeren naar haar toe zijn gekomen, antwoord zij bevestigend. Zij verwijst hen door binnen het roze netwerk en geeft mee om met het hart te kiezen, maar ook om het verstand niet te vergeten.

Vanuit het publiek komt bijval: coming out is ook maar een Westers model. Soms moet daar op een eigen manier invulling aan gegeven worden.

Jelle Houtsma vindt dat toch ingewikkeld. We zouden onze normen en waarden helder moeten bepalen en vervolgens helder dit handhaven. Niet weer van voren af aan beginnen met de vraag of LHBTI überhaupt mag en kan.

Siti vervolgt dat iedereen bij DOCK de norm weet, ook jongeren, maar dat het in de praktijk anders werkt. Het gaat Siti om hoe zij de meeste impact kan maken. De jongeren moeten leren iedereen te respecteren, niet persé te accepteren. Een homoseksuele collega in Bos en Lommer heeft zij niet, maar dat zou op zich wel kunnen.

Het COC beaamt: acceptatie kun je niet afdwingen; maar respect kun je wel creëren.

Tot slot het derde deel van de middag: wat geven we mee voor de slotbijeenkomst aan het einde van het jaar? Hoe kun je dit onderwerp het beste aanvliegen in de eigen organisatie?

Vanuit het publiek komt de roep om meer ondersteuning van het management. Of van de gemeente voor meer rugdekking bij bijvoorbeeld het onderwijs. Maar niet alleen het management is verantwoordelijk, we hebben allemaal een eigen verantwoordelijkheid.

Jelle Houtsma vertelt dat zij in Zuid samen met de gemeente een uitvoeringsagenda voor LHBTI opstellen en uitvoeren. Hij weet dat scholen in Nieuw-West dat ook zouden willen met het stadsdeel.

Naima Siti benadrukt dat het gaat om verbinding. Niet allen LHBTI samen, maar echte, brede verbinding. Organiseer die ontmoetingen als stad.

Han Holthuizen van DOCK zegt dat de gemeente expliciet moet maken dat organisaties er voor iedereen moeten zijn. Maar de gemeente moet de manier waarop niet voorschrijven, dat is echt per organisatie anders.

Jelle Houtsma merkt tot besluit op dat het pleidooi voor brede diversiteit mooi is. Maar dit heeft wel als gevaar dat de broodnodige LHBTI-agenda ondergeschoven wordt.

Jantina Bijpost dankt iedereen voor de vaak openhartige en eerlijke bijdragen. Daarnaast veel dank aan Amsta en het Dr. Sarphatihuis voor de gastvrijheid. De aanwezigen blijven nog lang napraten tijdens de gezellige netwerkborrel.

 

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+