Verslag

Verslag School en Zorg

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

19 september, Metis Montessori Lyceum

Rindert de Groot heet de aanwezigen van harte welkom bij dit zesde Stadsgesprek van 2019. We zijn te gast in de prachtige nieuwbouw van het Metis Montessori Lyceum. Het onderwerp van vandaag – samenwerking tussen onderwijs en zorg – is bij uitstek een onderwerp voor Kennisnetwerk Amsterdam, omdat iedere maatschappelijke actor met dit onderwerp te maken heeft.

Bijna niemand van de gasten komt van buiten Amsterdam en de helft echt uit de buurt. Een handje vol is werkzaam bij een zorginstelling en ongeveer de helft in het onderwijs. Een kwart werkt bij de overheid en een paar mensen doen ook vrijwilligerswerk op dit gebied. Ook zijn een paar ouders en leerlingen aanwezig.

Laten we vandaag beginnen met de mensen om wie het gaat: twee leerlingen van het Metis Montessori Lyceum.

Jasmina* vertelt dat een jaar geleden het wat minder ging. Toen kwam er best snel hulp binnen de school. Via de huisarts werd ik doorverwezen naar een psycholoog en het zorgteam. En dat helpt, want ik kan nu met iemand overal over praten. Ik ben ook best wel vaak ziek, juist voor een toetsweek. En dan denk je niet meer echt aan een toetsweek, want gezondheid gaat door. Ik vind dit een leuke school. Eerst ging ik in Almere naar school en nu hier. Ik zou niet graag in een special class willen zitten, ik vind het juist lekker in een reguliere klas. Later wil ik de politiek in en bestuurskunde studeren.

Janneke* vertelt over haar stoornis in het autistisch spectrum en ben dyslectisch. Mijn oude middelbare school zou hulp bieden, maar kwam dat niet echt na. Mijn moeder kwam toen met het voorstel om naar het Metis te gaan. En hier zit ik echt op mijn plek. Ik heb vooral een veilige omgeving nodig, waar alles geaccepteerd wordt. Dat kan hier in een special class. Iedereen heeft wel wat in zo’n klas, dus niks is raar. En ons lokaal zat ook naast het kamertje van de begeleider. Nu zit ik weer in een reguliere klas; want je mag maar een paar jaar in een special class zitten. Na mijn Havo wil ik graag een tussenjaar om te kijken wat ik wil gaan doen.

Na is het voor het panel, met Huseyin Asma (directeur Metis), Elgith Bos (directeur Spirit Jeugdzorg), Werner Meddens (teammanager JBRA) en Annette van der Poel (bestuurder Orion).

Hüseyin vertelt dat hij moeite heeft met de term ‘zorg’, want dat wordt vaak negatief geïnterpreteerd. Hij spreekt liever van ‘ondersteuning’. Dat heeft ieder mens in zijn leven wel eens nodig, zo geeft hij dit onderwerp vorm op school.

Werner vertelt dat kinderen bij JBRA terechtkomen via vele wegen: school, OKTs, huisartsen, etc. JBRA wil meer aandacht gaan besteden aan de samenwerking met onderwijs. Want onderwijs is een kans voor jongeren om door te groeien, om zich te ontwikkelen.

Volgens Elgithe krijgt zij veel jongeren vanuit JBRA doorverwezen, jongeren in gezinnen die echt veel ondersteuning nodig hebben. Zij bieden veel intensieve ondersteuning aan gezinnen die dat nodig hebben.

Het speciaal onderwijs van Orion verzorgt met de andere drie speciaal onderwijs stichtingen in Amsterdam een dekking voor de hele stad. Ook bieden zij, volgens bestuurder Annette, ook ambulante ondersteuning op het PO en VO. Zij willen het liefste zo min mogelijk eigen scholen en zo veel mogelijk op reguliere scholen. Want kinderen willen het liefst zo min mogelijk van school wisselen. En bij de Orion-scholen hebben kinderen gemiddeld drie tot vier schoolwisselingen achter de rug. Dat is echt heel veel, want het is ook telkens een moment van falen, in de ogen van leerlingen.

Gaan scholen heel verschillend met dit thema om?

Annette ziet op alle scholen, de 240 basisscholen en 70 middelbare scholen, overal is aandacht voor zorg en onderwijs. Overal is ook een zorgmedewerker en ook nog scholen zoals het Metis met speciale klassen. Dus de structuur is er wel.

Op het Metis is een tussenvoorziening gekomen, op zolder. Een soort school binnen een school. Het Metis was een zwarte school, en zo’n tussenvoorziening zorgde ook voor een diversere leerlingenpopulatie. Hüseyin wilde dat allemaal integreren, maar dan wel op zijn voorwaarden. Dus gaan externe zorgmensen meer, die heeft Hüseyin intern gehaald, zodat hij hen ook kan aansturen.

Elgithe levert juist menskracht op die scholen. En dat maakt veel uit: samen op school aan de slag, en je ziet ook ouders en leerkrachten zo. Zodat ieder zijn eigen rol heeft. Zij zitten structureel op een school, tussen vliegen niet in en uit. Iedereen heeft zo een gedeelde visie.

Hüseyin vindt zo’n gedeelde visie en een groot gevoel van veiligheid ook belangrijk. Daarom duren de special classes ook niet de hele schoolcarrière, op een geven moment moet alles zo veilig zijn dat alles regulier kan.

Een vertegenwoordiger van de Ouder- en Kindteams vindt dat Amsterdam een groot compliment verdiend. Het gesprek over zorg en onderwijs is al heel oud. De gemeente heeft daarvan gezegd: we gaan zorgmedewerkers op alle PO- en VO-scholen plaatsen. En dat is een groot goed. Het is heel belangrijk dat we daar op voortbouwen en niet weer een hele nieuwe structuur maken.

Janneke breekt in en zegt dat voor het belangrijkste is dat zij gezien is door school. En dat is bepalend geweest hoe zij zich op school voelt. Ook bleek op Metis maatwerk mogelijk.

Annette vindt dat de crux: leerlingen zien en op maat werk leveren. Een school heeft zelf niet alle expertise in huis. De school moet vroeg signaleren, maar daarna moeten professionals in de buurt zijn om hulp in te roepen. De school moet de regie hebben en snel handelen.

Werner gaat ook uit van maatwerk, niet alle leerlingen zijn hetzelfde. Daarin kunnen we nog wel een slag maken. Dat kan door het kind als uitgangspunt te nemen. In eerste instantie moet de school daarin signaleren, kinderen zijn veel uren per week op school, dus zij zien hoe het gaat.

Eligthe vult aan dat juist ouders vroeg erbij betrokken moeten worden. Zij zijn dé experts op het gebied van hun kind. Ouders durven vaak niet op school te zeggen wat er aan de hand is. Dus ook voor ouders moet ook een veilige omgeving zijn.

Een ouder vertelt dat haar zoon acht scholen heeft gehad en een bijzonder hoog IQ heeft. Maar de schoolstructuur werkt niet voor hem. Het gevoel dat hij ‘moet’ werkt niet. Hij zit nu met leerplichtdispensatie op een autismeschool, waar niks hoeft. En nu pas begint hij met leren. Dit geldt voor veel kinderen: in Amsterdam gaan veel kinderen om die reden niet naar huis.

Is school een doel op zich?

Zelfs speciaal onderwijs of een beter passend klas is, volgens Annette, niet voor iedereen passend. Het blijft een school en een structuur. We zijn nog steeds een onderwijssysteem met elkaar, waarin we vanuit een curriculum redeneren. Als het niet lukt, dan bieden we nog meer ondersteuning, of staatsexamens. Maar sommige kinderen hebben iets anders nodig. Niet denken vanuit curriculum, maar vanuit talent. Orion biedt dat aan, met onder andere werkgevers die mee willen werken aan arbeidsparticipatie. De doelstelling van een school zou veel moeten zijn: participeren in wonen, werken en welzijn. Diploma’s kunnen een middel zijn, maar niet een doel op zich.

Spreken zorg en onderwijs elkaars taal?

Elgithe zegt dat zorg en onderwijs twee verschillende werelden waren. Bijvoorbeeld wat we onder zorg verstaan. Is dat bij mij in de klas direct wat doen? Of juist met ouders en kinderen wat doen? Zo heeft iedereen vanuit zijn eigen visie een eigen waarheid. Je moet veel meer kijken naar waar het om gaat en hoe we daar gezamenlijk moeten komen. Die structuur die we in Amsterdam hebben moeten we juist goed inzetten. Beginnen op het PO met vroegsignalering, met ouder- kindadviseurs. Als je daar begint, heb je daar later profijt van en kan dichtbij-regulier-onderwijs meer mogelijk worden.

Over welke kinderen van welke ouders spreken we, wordt vanuit het publiek gevraagd?

Annette antwoordt dat kinderen in het speciaal onderwijs vooral veel schoolwisselingen hebben gehad. Ouders zeggen vaak dat de eerste signalen al in de zandbak waren. En op dat moment is er niet geholpen, en ook niet in de PO. Bij het speciaal onderwijs is 77% van de kinderen heeft twee tot vier negatieve levenservaringen op jonge leeftijd (0 – 4 jaar). Bijvoorbeeld een ongeluk, geweld in het gezin, verlies van een dierbare. Daar hoeft niemand schuld aan te hebben, maar met van deze cijfers kunnen we wel leren. Waarom werken we niet eerder samen met elkaar? De specialismes van het speciaal onderwijs zouden een dienst voor het reguliere onderwijs moeten worden, en geen aparte scholen. Zodat kinderen geen schoolwisselingen meer mee hoeven te maken.

Een mevrouw uit het publiek hoort niks over de talen van de kinderen in Amsterdam. Dat is Nederlands, maar ook meertalig in 60% van de gevallen. Wat gaan we doen met die talen in het onderwijs.

Elgithe haakt in dat zij altijd zoeken naar hoe jongeren het beste aan kunnen geven hoe zij zich voelen. En soms is dat een rapvorm. Want niet iedereen is zo talig zoals deze zaal.

Hüseyin vertelt dat een zusterschool statushouders op school hebben. En wanneer leerlingen niet goed Nederlands spreken, dan krijgen zij het etiket ‘zorg’. En kinderen hebben daar hun hele schoolcarrière mee te maken. Misschien moet maatwerk eruit bestaat dat leerlingen ook in een andere taal eindexamen kunnen doen.

Een medewerker van de Ouder- en Kindteams vindt dat taal bij organisaties ook met visie te maken heeft. Mét ouders en kinderen praten bijvoorbeeld, dat is wat iedereen nu wel deelt. En met professionals onderling praten over wat nodig is. Er zijn continue overgangen in het leven van kinderen. Juist bij die overgangen moet iedereen op één lijn zitten.

Bob Kassenaar hoort veel maatwerk, veel goede intenties. Maar klopt die structuur wel? Klopt de bekostiging wel? Want die is nu topdown, met dus minder flexibiliteit om echt naar het kind te kijken, want zo werkt het geld niet.

Een leerling zegt dat haar ervaring is dat school zegt: je moet op zorg wachten. En omgekeerd.

Een ouders uit het publiek vertelt dat haar dochter veel en goede ondersteuning heeft gekregen. Tot dat zij 18 was – en het vermogen van een dertienjarige had. Dus naast een vroegsignalering is ook een goed einde noodzakelijk.

Elgithe reageert op 18-/18+ en vindt dat ook een groot probleem. Politiek heeft het de aandacht, maar dat gaat echt te langzaam. Dat moet echt nu veranderen. Zij vindt dat de structuur anders kan, maar dat binnen deze structuur al veel kan. Misschien zouden we veel meer moeten kijken wat de grenzen zijn van de structuren?

Annette gaat een slagje verder: het zijn allemaal verschillende systemen, met goede bedoelingen en aparte financieringsstromen. Maar het gaat allemaal om hetzelfde: een kind voorbereiden op de samenleving. Waarom zetten we scholen niet in de lead? Leren en ontwikkelen gaan hand in hand en de school roept andere expertises in. Daarom vindt zij het woord ‘zorgschool’ van Hüseyin verkeerd.

Hüseyin vindt dat ook, maar wil juist van het stigma af om alles te integreren met elkaar. We moeten af van de eilandjes, maar ook grenzen stellen. Want het gaat om evenwicht: wat kun je nog wel aanbieden en wat niet?

Werner blijft benadrukken dat het maatwerk is. We zijn al zo lang bezig met elkaar hoe we die samenwerking vorm kunnen geven. En dat is gewoon heel ingewikkeld. De structuur in Amsterdam is hartstikke mooi. Maar je hebt een OKT, Samen Doen team, JBRA, Spirit. Het maakt ’t ook voor ouders ingewikkeld: waar moet ik nou terecht? Het is een beetje te veel geïnstitutionaliseerd. Wat mij betreft moet de school ook in de lead komen.

Elgithe ondersteunt dat. Want kinderen gaan de hele dag naar school, is hun basis. Natuurlijk moet je daarvoor en daarna ook goed regelen.

Belangrijkste punten van vandaag zijn:

  • School in de lead
  • Vroegsignalering
  • Schoolwissels naar beneden
  • Maatwerk, ieder kind is anders
  • Trots zijn op wat we al bereikt hebben
  • Minder vanuit curriculum, maar vanuit talent redeneren
  • Elkaars taal leren spelen
  • Minder vanuit hokjes denken, alleen maar brede scholen
  • Ouders en kinderen zouden zelf in de lead moeten zijn voor de vraagsturing
  • Kindgebonden schoolbudget; dus niet aan de school gebonden, maar vanuit het kind

Tot besluit bedankt Rindert de Groot alle gasten en nodigt het publiek uit voor de borrel. Daar wordt nog lang nagepraat over deze lastige, maar belangrijkste kwestie.

* Namen van de leerlingen zijn gefingeerd.

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+