Verslag

Verslag Stadsgesprek Groen zonder poen

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+

17 oktober 2019, Jungle Amsterdam

Moderator Rindert de Groot heeft de aanwezigen allemaal van harte welkom bij dit zevende Stadsgesprek in 2019,

In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. In welke stad willen we dan leven? Welke keuzes maken wij – bewoners en professionals – gezamenlijk om op die stad uit te komen? We bekijken dit jaar iedere maand voor een ander prangend thema welke keuzes gemaakt moet worden. Dit jaar organiseert Kennisnetwerk Amsterdam iedere maand een Stadsgesprek de keuzes die noodzakelijk gemaakt moeten worden.

Vandaag is het thema Groen zonder poen. De gemeente Amsterdam heeft grote ambities op klimaatgebied. Alle gebouwen moeten in 2050 CO2-neutraal zijn en in 2040 is de hele stad aardgasvrij. Iets dichter bij huis: tussen 2025 en 2030 is alle verkeer uitstootvrij en moet een flink deel van de Amsterdamse energievoorziening van zonne- en windenergie afkomstig zijn.

Dit vraagt een enorme inspanning door de gemeente, maar vooral ook door bedrijven, woningcorporaties én individuele Amsterdammers.

Tegelijkertijd is Amsterdam een stad waarin sprake is van grote armoedeproblematiek. In 2016 leefde ruim 22% van alle huishoudens onder de armoedegrens. Dat zijn 87.908 huishoudens. In Zuidoost en Noord zijn veel huishoudens onder het sociale minimum te vinden. Dit zijn ook de stadsdelen waar veel klimaat-projecten plaatsvinden. Zo gaan de Van der Pek en Banne-Noord als eerste van het aardgas af en kent Zuidoost verschillende stadswarmte projecten.

Doughnut economy volgens Kate Raworth

Bij haar klimaatdoelstellingen laat de gemeente Amsterdam zich inspireren door de doughnut economy van de Britse econoom Kate Raworth. Haar theorie stelt de economie van de toekomst voor als een donut. De buitenste ring van de donut is het ecologisch plafond: de begrenzing van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, afval en uitstoot. De binnenste ring is het sociale minimum: dat wat de overheid in ieder geval voor haar burgers moet regelen.

De kwestie vandaag is: hoe kunnen we het ecologisch plafond instellen zonder het sociale minimum uit het oog te verliezen? Het is makkelijk om groen te doen als je een Tesla van de zaak hebt en zonnepanelen op het dak kunt betalen, maar hoe kunnen we duurzaamheid zo inclusief mogelijk maken?

In de zaal blijkt een aantal aanwezigen bij woningcorporaties afkomstig te zijn, maar vooral ook bij zorg en welzijn en bij duurzaamheidsinitiatieven, bijvoorbeeld als sociaal ondernemer. Enkele van de bezoekers blijken de reis van buiten de stad gemaakt te hebben.

Vanmiddag hebben we drie gasten. We spreken met Imme van Dijk, strategisch adviseur duurzaamheid bij Rochdale, over duurzaamheid vanuit de woningcorporaties. Daarna gaan we met elkaar in gesprek over twee hele concrete casussen uit Zuidoost. Deze worden ingebracht door Merel van der Knijff, bewonersondersteuner bij !WOON in Zuidoost.

Maar we trappen af met Thiëmo Heilbron, oprichter van Fawaka. Fawaka is ontstaan vanuit de gedachte dat een duurzaam Nederland alleen valt te bereiken als daar jongeren van allerlei achtergronden en opleidingsniveaus bij worden betrokken.

Thiëmo vertelt dat jij al van jongs af aan betrokken is bij natuur en milieu. Hij heeft ecologie en biologie gestudeerd en kwam als student op veel duurzaamheidsinitiatieven. Maar hij vond dat behoorlijk elitair en hoogopgeleid. Daarom heeft hij Fawaka opgericht, om op zoek te gaan naar inspirerende verhalen over inclusieve duurzaamheid. Daar kwamen vrijwilligers bij en uiteindelijk ook evenementen – Green is the new swag – met bijvoorbeeld spoken word en vegan catering. Hierdoor kwam Thiëmo terecht in de Duurzame Top 100. Als we die lijst analyseren, dan blijkt die merendeel hoogopgeleid en uit de Randstad te komen. Over het geheel heeft de lijst een behoorlijk Westerse achtergrond, in Amsterdam bleek dat anders te zijn.

Nu houdt Thiëmo zich bezig met de Fawaka Ondernemersschool. De missie is om ieder kind in Nederland ondernemingsvaardigheden bij te brengen en anderzijds het besef van duurzaamheid. Inclusiviteit is daarbij cruciaal. De Ondernemersschool is zeker ook actief in wijken met een achterstand, maar ook door diverse rolmodellen in te zetten. In Zuidoost is bijvoorbeeld de productieketen van chocola uitgediept – van chocoladevrucht tot fair trade chocoladereep. Daarbij wordt volop samengewerkt met partners in de buurt.

Vanuit de zaal: hoe leg je inclusiviteit uit aan kinderen? Thiëmo vertelt dat dit vooral een kwestie van doen is én door te laten zien dat verschillende perspectieven bestaan?

Bijt sociale rechtvaardigheid en ecologische rechtvaardigheid? Ergens wel. Mensen vechten eerder voor zaken die hen op korte termijn raken, zoals gelijke kansen of racisme. In tweede instantie komt dan duurzaamheid om de hoek kijken. Door met scholen in ‘moeilijke wijken’ samen te werken worden heel verschillende kinderen bereikt.

De gemeente is voor Fawaka een lastige partner – zij passen niet in de hokjes van de gemeente (diversiteit, onderwijs, duurzaamheid). Pioniers passen niet perse in regelingen. 

Na dit inspirerende verhaal is het tijd voor twee praktijkcasussen met bewonersconsulent Merel van der Knijff van !WOON in Zuidoost. De eerste casus gaat over stadswarmte. Nederland en Amsterdam moeten aardgasvrij worden. Stadswarmte bestaat uit vastrecht (vaste kosten, los van je verbruik) en variabele kosten (die afhankelijk zijn van verbruik). In Zuidoost hebben bewoners soms hele hoge energierekeningen, te hoog om te betalen. Zij nemen contact op met energiemaatschappij, en die zegt dat ’t aan het hoge verbruik van de bewoner ligt. Dat komt voor, maar lang niet altijd – bijvoorbeeld door vloerverwarming die maar deels werkt of een lek in de box van de stadswarmte. Maar ook het systeem van stadswarmte zorgt voor hogere energierekeningen, doordat het hoge vastrecht met weinig verbruik leidt tot een hogere rekening. In het algemeen leidt stadswarmte sowieso voor een hogere rekening.

Speelt het duurzaamheidsverhaal bij bewoners die jullie spreken?

Merel vertelt dat dit zeker speelt bij bewoners, men weet dat ze van het gas af moeten. Maar mensen komen vooral met het financiële aspect bij !WOON terecht.

De tweede casus gaat over gevelvernieuwing in Reigersbos. Die renovaties moeten worden betaald door een hogere huurprijs en een lagere energierekening. Dat is voor veel mensen al lastig, omdat zij bewust weinig energie gebruiken omdat ze dat niet kunnen betalen. Maar de woningen worden ook meer waard, zeker woningen die nu voor relatief weinig geld te koop staan. Hierdoor worden de woningen onbereikbaar voor veel mensen in Zuidoost. De vraag is dan ook hoe dit bereikbaar blijft voor iedereen.

Laatste gast is Imme van Dijk, adviseur duurzaamheid bij Rochdale. De missie van Rochdale is om de energieambities van de gemeente en het rijk te omarmen. Daarnaast heeft Rochdale ambities op het gebied van circulariteit en groen, maar die zijn nog wat wolliger.

Speelt de kwestie van ‘groen zonder poen’ bij bijvoorbeeld overleggen met de gemeente?

Volgens Imme speelt dat zowel bij de gemeente, als corporaties als partijen als Vattenvall. Maar de discussie gaat meer om de verdeling van de kosten. Woningcorporaties kunnen dat herverdelingsvraagstuk oplossen, maar kunnen wel bewaken dat huurders niet de dupe worden. Corporaties en gemeente hebben een afhankelijkheidsrelatie, bijvoorbeeld in welke wijken het eerste van het gas af moeten. De helft van de woningen in Amsterdam is van corporaties, vooral mensen met weinig geld. Als Rochdale ziet dat hun huurder de rekening moeten betalen, dan trapt zij op de rem. Maar we moeten wel met z’n allen de vraag beantwoorden wie de rekening dan betaalt. Het is eigenlijk: groen, wie betaalt de poen? De regie zou bij het Rijk en de gemeente moeten liggen. De gemeente moet soms ook wachten op regelgeving van het Rijk.

Die regie kan nog sterker. Als we doorgaan zoals nu, dan halen we de ambities van 2050 niet. De kosten zijn nu ook veel te hoog, voor corporaties, maar al helemaal voor particuliere eigenaren. Corporaties zijn afhankelijk van de transitieagenda energie. De gemeente maakt een visie – die in 2021 af is – met daarin voor iedere buurt de nieuwe vernieuwbare energiebron. Maar die visie is ook weer afhankelijk van bronnen uit de rest van de regio, die ook door de regio worden verdeeld. Maar wij moeten daar wel op plannen.

Bij het isoleren van woningen zit de regie wel bij corporaties; maar voor duurzaam opwekken niet bijvoorbeeld. En dat moet wel synchroon lopen, ook vanwege de investeringen en de capaciteit om alles te kunnen organiseren. Volgens Imme moeten we ook niet de overheid op alles blijven wachten, je hebt ook je eigen verantwoordelijkheid.

Vanuit het publiek komt de vraag dat mensen echt mee moeten worden genomen. Anders krijg je boerenprotesten, maar dan bij huurders. Mensen zonder poen hebben een blik van een week, duurzaamheid gaat over tientallen jaren. Bijvoorbeeld doordat mensen die het wel kunnen betalen, moeten betalen voor mensen die het niet kunnen betalen.

Ook komt de opmerking dat mensen in Amsterdam steeds armer worden. Pensioenen worden gekort en voedselbanken schieten als paddenstoelen uit de grond.

Imme van Dijk zegt dat corporaties niks kunnen doen aan de inkomenspositie van bewoners, maar dat kwalitatief betere woningen wel duurder moeten zijn. Maar ’t punt zit bij de inkomenspositie, die moet verbeterd worden.

We praten nog wel te veel over de opbrengsten die het nu oplevert en niet zozeer de impact en businesscase voor de lange termijn. Daardoor blijven we te veel hangen in kortetermijnoplossingen. Als we ’t goed regelen, dan gaat op de lange termijn iedereen erop vooruit. Wie komt op voor de rechten van mensen die het niet kunnen betalen? Politieke partijen bijvoorbeeld, door te pleiten voor herverdeling. Misschien is daar een nieuw economisch model voor nodig.

Moeten arme mensen groene leningen kunnen afsluiten? Volgens sommigen is het geen goed idee om mensen in armoede nog een extra lening te laten afsluiten. Maar wat als dat € 20 per maand als energie bespaart? Misschien moeten mensen op het minimum zonnepanelen als gift krijgen.

Zit ’t probleem niet meer bij mensen die niet in de sociale huur zitten, maar net hun particuliere huur of hypotheek kunnen betalen? Bij de sociale huur zitten de woningcorporaties tenminste in de positie om de energierekening van huurder naar beneden te krijgen. Maar ook voor corporaties is ’t een dilemma. Verkoop je bezit om de rest te kunnen verduurzamen?

Idee vanuit de zaal: fysiek groen kan ook voor moestuinen zorgen. En zo voor bewoners voedsel opleveren en dus eigenlijk ook geld!

Tot slot, welke belangrijke keuzes hebben we vandaag gemaakt?

  • Regierol van de overheid moet sterker;
  • Maar vergeet ook niet het eigen initiatief van Amsterdammers niet;
  • Mensen zelf moeten ook een attitudeverandering ondergaan;
  • Vergroot de horizon, begin op school;
  • Haal mensen uit de underdogpositie;
  • Nieuwe businessmodellen;
  • Zorg voor gebruiksgroen;
  • Zorg voor klimaatrechtvaardigheid.

Tot slot bedankt Rindert de Groot alle aanwezigen voor hun inbreng en nodigt iedereen uit voor de borrel.

Deel dit bericht
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+