Uitgelicht

'De overheid hobbelt best vaak achter Amsterdammers aan'

Deel dit bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

We spreken wethouder Rutger Groot Wassink (democratisering) over herijking van de democratie. Hoe duidt hij zeggenschap en eigenaarschap, de begrippen die centraal staan in de programmering van Kennisnetwerk Amsterdam in 2020? ‘Als gemeente moeten we een deel van onze macht uit handen durven geven aan Amsterdammers.’ 

Januari 2020

Uiteindelijk wil iedereen zo ongeveer hetzelfde in het leven, of je nou in Irak woont of in de Rivierenbuurt, meent Groot Wassink. ‘Geen gezeik en een beetje relaxed en fijn met elkaar samenleven. Mensen hebben uiteindelijk hele basale wensen. Het is mijn overtuiging dat de overheid, bewoners en professionals iedere dag met hetzelfde doel bezig zijn: hoe kunnen we onze fantastische stad nog beter maken? En vergis je niet, ons Amsterdammerschap houdt echt wat in. Amsterdammers voelen zich meer verbonden met Amsterdam dan met Nederland. Ook mensen diep in Nieuw-West die misschien niet veel in de rest van de stad komen. Dat is een fantastisch gegeven! Maar dit schept ook de opgave om met elkaar te bepalen hoe we ons tot elkaar en tot onze omgeving verhouden. Want samen zijn we de samenleving. Zelf voel ik de plicht om mijzelf in te zetten voor de stad. Soms vind ik het jammer dat niet iedere Amsterdammer zich meer als deelnemer en minder als consument gedraagt.’

En dat is meer nodig dan ooit, want de wereld én Amsterdam veranderen in rap tempo. De verhouding tussen burger, overheid en markt verschuift. Volgens Groot Wassink kan de overheid soms alle ontwikkelingen niet bijbenen. ‘Kijk naar de energietransitie. Amsterdammers ontplooien allemaal ontzettend mooie initiatieven in de stad. Of kijk naar de platformeconomie en hoe Airbnb gebruikmaakt van onze stad. De overheid hobbelt zo best vaak achter maatschappelijke ontwikkelingen aan.’

Van representatieve naar participatieve democratie

We leven in een tijd van ongekende private rijkdom, maar verwaarlozen de publieke zaak. Politieagenten, verpleegkundigen en leraren worden tekortgedaan en de bestaanszekerheid van mensen raakt tot een minimum. De participatiesamenleving blijkt een holle frase wanneer deze niet met middelen wordt omkleed waardoor mensen daadwerkelijk regie over hun eigen leven kunnen voeren. Dit alles leidt tot een gevoel van onbehagen in de samenleving. Groot Wassink wil met zijn democratiseringsagenda het tij keren. ‘Met democratisering beoog ik een herbezinning van wat wij onder ons collectief verstaan. Wat verbindt ons? Wat mag je van de overheid verwachten, wat ís nou die publieke zaak? Ik zie in de samenleving een verregaande versplintering, maar ik zie ook mensen op zoek gaan naar een nieuwe gezamenlijkheid. In de stad zijn talloze initiatieven die het ondanks de overheid uitstekend doen. Ik wil die initiatieven met elkaar verbinden en bovenal van die initiatieven leren hoe wij als overheid ons werk beter kunnen doen.’

De herijking en democratisering van de publieke zaak hebben beide te maken met het functioneren en de legitimiteit van de overheid. ‘De legitimiteit van de overheid wordt versterkt wanneer je Amsterdammers een nadrukkelijkere rol geeft in de besluitvorming. Dat levert onherroepelijk spanningen op met de representatieve democratie. Ik vind het spannend om die spanning te onderzoeken en om in experimenten te kijken hoe we de democratie kunnen verbeteren. Het functioneren van de overheid wordt versterkt als we leren van de lokale praktijk. Grootstedelijke kwesties van algemeen belang moeten we hier op het stadhuis met elkaar beslissen, maar de besluiten over de uitvoering daarvan zouden zo lokaal mogelijk moeten worden genomen, bijvoorbeeld door de gebiedsteams of door de mensen in de buurten zelf. Ik als wethouder kan gewoon niet altijd beoordelen hoe het gaat in Geuzenveld-Noord. Uiteindelijk betekent participatie ook het delen van macht. Als gemeente moeten we een deel van onze macht uit handen durven geven aan Amsterdammers zelf. En als zij iets beslissen dat niet naar onze zin is moeten we niet piepen. Dát is het delen van macht nou juist.’ 

Buurtbudgetten en buurtrechten

Groot Wassink is het afgelopen jaar druk geweest om randvoorwaarden voor een versterking van de democratische structuur te scheppen. In Nieuw-West, Centrum en West is geëxperimenteerd met buurtbudgetten en buurtrechten, maar ook de voorwaarden voor lokale referenda staan op de politieke agenda en het inrichten van co-creatie plekken. ‘Zelf vind ik een aansprekend voorbeeld van zeggenschap en eigenaarschap de Buiksloterbreek. Ik was op werkbezoek bij een projectontwikkelaar die vol trots een plan presenteerde waarbij veel woningen zouden worden gebouwd. Hiervoor moesten wel bomen worden gekapt. Best vreemd om dat vol trots aan een GroenLinks-wethouder te presenteren. De buurt zag dit plan niet zitten en is op eigen initiatief met een veel beter plan gekomen: hetzelfde aantal woningen, maar dan zonder de kap van de bomen. Het plan bleek bovendien breed gedragen te worden door de buurtbewoners. Dit plan gaan we dus uitvoeren. Zo zie je dat een buurt zelf met een beter plan kan komen dan een projectontwikkelaar; ik vind dat heel mooi.’

Net zoals in de representatieve democratie is inclusiviteit een zorgenpunt bij de participatieve democratie. Niet iedereen kan of wil volop meedoen aan initiatieven in de buurt, meepraten over beleid of zelf een energie-coöperatie opzetten. ‘Bij de buurtrechten in Nieuw-West kunnen bewoners stemmen over buurtinitiatieven die vervolgens financiering van de gemeente krijgen. We hebben alle informatie in vier talen beschikbaar gesteld om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Het stemmen zelf kan via WhatsApp, waarbij niet alleen een tekstbericht telt, maar ook een gesproken bericht. Op die manier proberen we drempels te verlagen. Een ander voorbeeld is Hart voor de K-buurt in Zuidoost. We organiseerden daar inspraakmomenten, maar veel buurtbewoners waren tijdens die momenten aan het werk. Zij vonden dat zo besluiten over hun buurt genomen zouden worden zonder dat zij daarin werden gekend en hebben toen een participatie-staking georganiseerd. Uit deze staking is Hart voor de K-buurt voortgekomen, een ruwe bottom-up groep die mensen bereikt die wij niet bereiken. Inclusiviteit blijft een continue zoektocht. Ook de ongehoorde stem moet dusdanig versterkt worden dat die gehoord wordt.’

Wijkprofessionals centraal

In een buurt kan het druk zijn met de gemeente en maatschappelijke organisaties, die ook vaak verkokerd werken. Een grote uitdaging voor het maatschappelijk veld én de gemeente is de verknoping van alle organisaties die binnen een buurt actief zijn, maar ook tussen verschillende afdelingen binnen een organisatie. ‘Wat is je zeggenschap over je eigen professie als wijkprofessional? Wat zijn de overeenkomsten en verschillen waar leraren, politieagenten en zorgmedewerkers tegenaan lopen? Zijn beleidsmakers toegerust om professionele ervaringen te vertalen in beleid? Je ziet in het zorgdomein een grote belangstelling voor ervaringsdeskundigen. Ook professionals moeten namelijk feeling houden met echte mensen; net zoals beleidsmakers en bestuurders ook met mensen op de werkvloer moeten spreken om het contact met de realiteit te behouden. Ik ook!’

Komend jaar staan zeggenschap en eigenaarschap op de agenda van Kennisnetwerk Amsterdam. ‘Ik zou het heel interessant vinden om komend jaar samen met wijkprofessionals uit te zoeken hoe we in het samenspel van Amsterdammers, overheid en wijkprofessionals zo effectief mogelijk maatschappelijke impact kunnen maken. Wat hindert professionals hierin? Wat helpt hen daarbij? Wat hebben zij nodig van de overheid? En wat moet de overheid vooral niet doen? Uiteindelijk wil ik volgend jaar zo een beter beeld hebben hoe we samen met wijkprofessionals onze mooie stad nog mooier kunnen maken.’ 

Deel dit bericht
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin